Allocution du Ministre Vanackere lors des Journées diplomatiques - lundi 11 janvier 2010
11-01-2010
Waardering, dat is het woord waarmee ik deze openingstoespraak wil beginnen. Voor u staat een minister van Buitenlandse Zaken die uw werk erkent en waardeert. Of u nu op consulair vlak landgenoten bijstaat, op economisch vlak onze bedrijven helpt, of op diplomatiek vlak verantwoordelijkheden uitoefent, weet dat er in Brussel een minister van Buitenlandse Zaken werkt, die ook ùw werk naar waarde weet te schatten. Et sachez d'ailleurs aussi - dans la mesure où cette information peut vous concerner - que je considère personnellement ma désignation au poste de Ministre des Affaires étrangères comme le plus beau tournant que je pouvais souhaiter dans ma carrière politique. Si j'étais porté à un style lyrique - mais je rassure immédiatement mes diplomates : ce n'est pas le cas - je pourrais parler de l'accomplissement du rêve d'une vie.
In de geschiedenis van de diplomatieke dagen is het niet de eerste keer dat een nieuwe minister zo snel na zijn aantreden zijn diplomaten toespreekt. Maar het is wel wat uniek dat deze op een zo snel rijdende trein moest springen. De eerste twee weken na mijn eedaflegging brachten me al naar bijeenkomsten van de NAVO-raad, van de Europese Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen, naar informeel overleg met de Europese collega-ministers en naar de Benelux-raad. Ik kon die eerste 14 dagen al in gesprek gaan met tal van mensen, onder wie ook mevrouw Rodham-Clinton, mevrouw Ashton en Richard Holbrooke. U merkt het, een diplomatieke trein met de allures van een "rollercoaster".
Ik besefte al snel dat die eerste hectische dagen symbool stonden voor razend-snel veranderende factoren die, zoals historicus Albert Kerstens opmerkte, het functioneren van de diplomatie ingrijpend beïnvloeden. Ik haal er maar enkele exemplatief aan, want dit is geen cursus: de economische crisis, het terrorisme-vraagstuk, Europese institutionele wijzigingen na Lissabon, ...
Zonder diplomatie zouden de betrekkingen tussen staten een stuk ingewikkelder verlopen. De politieke wetenschapper Toby Witte noemde diplomatie "de smeerolie waarover de internationale samenleving beschikt om geschillen te beslechten, zaken te doen, het milieu te beschermen, de internationale handel te bevorderen, internationale crises op te lossen, enzovoort." Werkt die smeerolie optimaal, of is ze aan verversing toe? Rijdt de diplomatieke trein op alle sporen snel genoeg? Stopt ze aan de juiste haltes? Doet ze het juiste bestemmingen aan?
Pensez notamment à la destination "Europe". Elle figure certainement parmi les questions que je veux aborder aujourd'hui, tant pour la place de l'Europe dans le monde, que pour la présidence que nous exercerons au deuxième semestre 2010.
2010, cela doit être pour moi, comme pour chacun d'entre vous, l'année de notre présidence européenne. Je ne veux pas qu'il subsiste aujourd'hui le moindre doute: personne ne peut se bercer de l'illusion que cette tâche se remplira d'elle-même et que d'autres finiront bien par faire le travail à notre place. Personne ne pourra fuir ses responsabilités, ni le chef de poste belge qui restera responsable de la coordination européenne locale sous l'autorité de madame Ashton, ni l'Ambassadeur qui négociera à Bruxelles avec les 26 autres Etats membres, ni non plus le Ministre qui aura à présider une formation du Conseil.
Il est encore trop tôt pour annoncer déjà un programme détaillé, mais nous de-vrons très certainement travailler sur quatre grandes catégories de thèmes qui:
(1) En tout premier lieu, la situation économique européenne. Il ne fait aucun doute que cette question, prise dans son sens le plus large, restera un des dos-siers prioritaires à l'agenda de nos travaux pour les années 2010 et 2011. Je pense concrètement aux plans de relance, à la stratégie de sortie des mesures de crise et des déficits budgétaires, au contrôle prudentiel sur le secteur bancaire, à la politique monétaire de la Banque centrale européenne, ou encore à la stabilité et à la solidité de la zone Euro. Dans ce contexte, il faudra aussi entièrement re-voir la stratégie de Lisbonne et les nouvelles perspectives financières. Enfin, il va de soi que le chômage et le marché de l'emploi relèvent également de cette catégorie thématique.
(2) Deuxièmement, je vois la politique climatique, y compris les ambitions spécifiques de l'Union européenne, la difficulté de concrétiser ces ambitions dans les négociations internationales, les retards prévisibles dans leur mise en œuvre, le lien avec une politique des transports européenne, ainsi que l'impact sur les systèmes fiscaux des Etats membres.
(3) Troisième catégorie, les questions institutionnelles, qui resteront elles-aussi à l'avant-plan pendant notre présidence européenne. Je suis en effet convaincu que la mise en place des nouvelles institutions, des nouvelles personnes, et des nouvelles procédures ne fournira les solutions espérées qu'à la condition d'être combinée avec une volonté politique accrue pour intensifier la coopération entre Etats membres. Enfin, nous devrons aussi rester attentifs aux pressions exercées pour une nouvelle accélération des élargissements futurs de l'Union euro-péenne : elle doit aller de pair avec un rapprochement par rapport aux valeurs et règles européennes dans le chef des candidats Etats-membres.
(4) Comme dernière approche thématique, il faudra, en 2010, continuer à œuvrer pour plus obtenir de l'Europe une cohérence accrue - certains parleront d'un dé-but de cohérence - de ses réponses aux grandes questions internationales. Je re-viendrai d'ailleurs sur ce sujet dans un instant.
Het Belgische voorzitterschap zal anders zijn dan de 11 voorgaande keren. An-ders in relatie tot het Europees Parlement, anders in relatie tot de collega's in de Raad, anders op het internationale vlak. Alleen al de uitvoering van het Lissabonverdrag verandert het decor, en allicht ook de regie van ons werk, gevoelig.
Ik weet dat sommigen vrezen dat de nationale diplomatieën moeite zullen hebben om hun nieuwe plaats te vinden, in een context waar een deel van de taken Europeser worden ingevuld. In federale landen zoals het onze voegt zich daar trouwens nog het grotere zelfbewustzijn van de Gewesten aan toe, in het kader van de economische diplomatie. Ik ben ervan overtuigd dat territoriumangst geen juiste invalshoek is. Niet getreurd. Laten we onze energie steken in de succesvolle ondersteuning van de nieuwe personaliteiten, in het opbouwen van ver-trouwensrelaties met de nieuwe externe vertegenwoordigers, in de ambitie om tot betere collectieve resultaten te komen. Ik doe mijn deel, zonder franjes maar zakelijk, in de vaste wil om vooruitgang te boeken.
Sommigen zeggen dat het roterend voorzitterschap discreter zal zijn. Ik denk dat het vooral complexer zal zijn.
Op korte termijn wordt de toekomst van Europa niet gemaakt door alweer nieuwe institutionele initiatieven, maar door een nieuwe manier van politiek bedrij-ven met 27: door meer samenwerking en door versterking van de cohesie, van de Unie in het algemeen en van de Eurozone in het bijzonder.
Het komt er dus niet op aan om een 'onvindbare' groep van willige lidstaten op de been te brengen die vooruitloopt op de anderen. Wat we nodig hebben, dat zijn collectieve impulsen van de vijf nieuwe "groten" van de Unie: de permanente Voorzitter van de Europese Raad, de Commissievoorzitter, het roterend voorzitterschap, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk bui-tenlands en veiligheidsbeleid, en de Voorzitter van het Europees Parlement.
Dat betekent niet dat er geen impulsen kunnen uitgaan van de lidstaten ¿ die blijven zeker belangrijk - maar die zijn maar nuttig, als ze worden gegeven in coördinatie met de nieuwe hoge verantwoordelijken en niet in rivaliteit met hen.
Het betekent ook niet dat er geen nuttig werk kan worden gedaan met "like-minded" collega's uit andere lidstaten. Leo Tindemans schrijft in het voorwoord van wat hij "Een politiek testament" heeft genoemd, dat er voor een Belgische Minister van Buitenlandse Zaken een vijftal zaken van groot belang zijn. Eén van die punten luidt: "België moet van de Benelux een essentieel punt van zijn politieke geloof maken." Het is geen toeval dat ik geen maand voorbij heb laten gaan vooral ik naar Den Haag en naar Luxemburg ben gegaan, om ook op dat vlak een goede vertrekbasis te leggen.
Maar het feit blijft dat de verdeling van de bevoegdheden tussen het Europese en het nationale niveau grotendeels zal blijven zoals die nu is, zoals trouwens ook de taakverdeling tussen Raad, Commissie en Parlement. De lidstaten gaan lange tijd geen risico meer nemen van een nieuwe moeizame verdragsonderhandeling over nauwere integratie. Pogingen om de nauwere integratie te forceren zouden immers zelfs stichtende leden van de Unie er kunnen toe bewegen om zich te verzetten tegen verdere bevoegdheidsoverdracht naar Europa.
Als de spelregels nu voor een tijd vastliggen, is het duidelijk dat de toekomst inhoudelijk zal worden gemaakt: het is op de substantie dat de vijf grote verantwoordelijken en ook België de activiteiten en de nieuwe mogelijkheden van het Lissabonverdrag moeten richten. Daarom heb ik, samen met staatssecretaris Chastel, vorige week een lange brief geschreven aan de voorzitter van het directiecomité en de hoge ambtenaren van ons departement, met werkplan en kalender om versneld inhoudelijk bezig te zijn met het werk van het voorzitterschap.
Inderdaad, vragen over de werking en de organisatie van de Europese Unie zijn van belang, maar de echte relevante kwestie is of die organisatie Europa helpt om antwoord te geven op de grote vragen in de wereld en of ze Europa wapent om mee te spelen in de herverdeling van de kaarten. "Wie in een tijd van mondiale verschuivingen en veranderingen zich blijft gedragen zoals in het verleden en zich al te bescheiden opstelt, moet er niet verwonderd over zijn dat ook anderen beslissen wat die veranderingen en verschuivingen voor hem zullen betekenen", zei de toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen tijdens de Nederlandse Ambassadeursconferentie 10 jaar geleden.
We moeten dus zeker nu de vraag stellen of de slogans, de "sales pitches" en de politiek modieuze thema's uit het verleden (ik denk aan het gelijkheidsteken tus-sen Europa en vrede, aan de etiketten van het "politieke" of "sociale" Europa, aan concepten zoals het "democratisch deficit") vandaag nog echt werkbaar kunnen bijdragen tot het collectieve Europees vermogen om de werelduitdagingen aan te pakken en om mee te spelen in de herverdeling van de kaarten.
Car cette redistribution des cartes est un fait. Désormais, la Belgique et l'Europe font face à une beaucoup plus forte compétition économique et sociétale que par le passé. Dirigeants politiques et chefs d'entreprise, écoliers et universitaires, instituts de recherche, mais aussi systèmes de sécurité sociale et modèles politi-ques, tous sont soumis à une comparaison à l'échelle mondiale, et non plus à l'échelle du pays ou des pays voisins. Cette compétition multilatérale s'assimile à une véritable lutte politique et économique, avec un résultat encore incertain. Pendant ce temps, la vitesse avec laquelle les pays sortiront de la crise économi-que - et la manière dont ils en sortiront - auront un impact déterminant sur la façon dont les cartes seront redistribuées.
Dans ce contexte, la question se pose de savoir si cette redistribution des cartes mènera vers une meilleure organisation multilatérale du monde. Il est frappant de constater qu'en 2009, l'Europe s'est pour la première fois affichée comme partie demanderesse pour un véritable instrument de gouvernance mondiale. Cette constatation est logique. Mais il n'en reste pas moins que notre diplomatie restera encore quelque temps confrontée à la coexistence de deux systèmes mul-tilatéraux.
D'abord, l'ancien système multilatéral progressivement mis en place depuis 1945, c'est-à-dire l'Organisation des Nations Unies, l'Organisation mondiale du commerce, et les institutions de Bretton Woods (Banque mondiale et FMI) qui ont fait l'objet d'une réforme limitée. Notre pays occupe des positions fortes dans ce système et nous devons les défendre. La décision prise par le gouvernement sur le niveau de notre aide au développement (les fameux 0,7%) nous place dans une bonne position diplomatique dans le cadre multilatéral.
Ensuite, il ya a aussi le système empirique des différents "G", avec l'évolution historique que vous connaissez du G7 au G20. L'existence de ce G20 symbolise la reconnaissance par l'Occident qu'il ne peut plus diriger le monde sans tenir compte des économies émergentes. Quant à savoir si le G20 est le signe annonciateur d'une meilleure gestion du monde, c'est une question qui reste ouverte.
Hoe gaan de zaken evolueren? Alle hypotheses staan nog open. Veel hangt af van de strategie en de machtsdrang van de hoofdrolspelers. Gaan de Verenigde Staten zich bijvoorbeeld willen opsluiten in een G2 met China? Dit ligt zeker niet in de traditie van de Amerikaanse diplomatie die meestal de handen wil vrijhouden en leiderschap wil uitoefenen, vandaag gelukkig samen met anderen.
Voor Europa en België blijven de relaties in de Atlantische wereld cruciaal. Nolens volens weegt Amerika nog altijd enorm door, niet alleen voor het bepalen van de Westerse politiek, maar ook voor het imago van het Westen en de manier waarop vele hoofdspelers met ons willen omgaan. Gaat de Amerikaanse presi-dent erin slagen om Senaat en Huis van Afgevaardigden, en dus ook Wall Street en de lobbyisten, gezondere financiële regels te doen aanvaarden die een begin van economisch herstel beveiligen? Gaat hij een ziekteverzekering voor 48 miljoen Amerikanen waarborgen, het schoolsysteem herzien, de schuldenlast van de gezinnen verminderen? Dat zou pas verandering betekenen, aantrekkingskracht vergroten en daardoor ook Europese winst opleveren.
Daarom vind ik het zo belangrijk dat president Obama kan slagen. En slagen mét Europa, een andere sterkhouder in het stellen van goede objectieven. Daar-om vind ik het zo belangrijk dat hij zou opstappen op de trein van de groene economie en de groene groei. Daarom vind ik het belangrijk dat Europa, met meer concreet resultaat dan vandaag, Amerika helpt in zijn ondernemingen in het Midden-Oosten, Afghanistan, Pakistan, en dat we samen blijven optrekken in Iran. In die gebieden kan Europa alleen het verschil niet voldoende maken, maar het kan wel zijn efficiëntie verbeteren samen met de Amerikaanse partner.
Il ne fait pas de doute que la Chine n'épargnera aucun effort pour atteindre le rang de deuxième puissance mondiale, voire plus. Le Président Obama déclare que la relation entre les Etats-Unis et la Chine "will shape the 21st century". Mais quelle est la force d'attraction de la Chine sur les plans régional et mon-dial ? Comment ce pays va-t-il réagir aux aspirations de ses minorités. Quelle sera sa position dur le respect des droits de l'homme, la modernisation politique, ou les plus de 2.000 milliards de dollars de réserves monétaires accumulées de-puis 2009 ?
En plus de la Chine, il faut aussi compter avec l'Inde, le Japon, le Brésil, et en-core avec la Russie, qui insiste pour être prise au sérieux, tant dans le projet por-té par le Premier Ministre Poutine, que dans celui du Président Medvedev.
Je souhaite que les représentants de la diplomatie belge continuent à suivre de près la stratégie et la préparation de ces pays afin de voir comment ils se posi-tionnent sur les questions relatives à la gestion des questions planétaires, mais aussi pour nous informer sur les possibilités d'une amélioration de la cohérence du positionnement de l'Union européenne.
Comme vous le savez, j'ai annoncé que je prépare des voyages également au Brésil, en Inde, au Japon, en Chine, aux Etats-Unis, et en Russie.
Ce n'est pas seulement une période ou un siècle marqués de l'influence de l'Asie qui se dessine. C'est aussi une période ou un siècle de relativisation du pouvoir de l'Occident. Même appuyé à une relation transatlantique forte, l'Occident n'est plus incontournable. Et ce phénomène ne va aller qu'en s'accélérant. Pour s'en convaincre, il suffit de regarder la vitesse à laquelle les accords commerciaux, industriels, ou énergétique sont conclus entre la Chine, le Brésil, l'ANASE, l'Inde, ou l'Afrique. Une bonne analyse des intentions de ces pays par notre diplomatie doit nous permettre de savoir mieux comment nous positionner face à ces évolutions rapides.
Voor België vormt Centraal-Afrika hierbij een bijzondere niche. Niet alleen in Europa maar ook ruimer, ik denk opnieuw aan de Verenigde Staten, rekent men op ons land om een bijzondere inbreng te leveren in dit dossier. Ik heb dat in mijn gesprekken met mevrouw Clinton duidelijk ervaren en we gaan daar tijdens mijn bezoek aan Washington verder over spreken. De normalisering van onze relatie met Kinshasa is en blijft een belangrijk gegeven omdat het een concrete dialoog van België met dit land mogelijk maakt en de basis biedt voor een brug-functie van België in de richting van Europa. Een correcte verhouding met de Congolese autoriteiten is van belang, al is het maar omdat België zo de kans krijgt om de ontwikkeling en het bestuur in dit land vooruit te helpen. De 50e verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid (30 juni 2010) zal ongetwijfeld een gelegenheid bieden om onze verhouding met Congo verdere diepgang te geven. Mijn komend bezoek naar de regio schrijft zich in deze logica en dient een bouwsteen te vormen van dit engagement op langere termijn.
Dames en heren, wij moeten natuurlijk ook bijzonder veel oog blijven hebben voor de dagelijkse strijd die ons bedrijfsleven levert om zich op de wereldmark-ten staande te houden. Onze tewerkstelling en welvaart hangen grotendeels af van de exportcapaciteit van onze bedrijven en de investeringen die wij kunnen aantrekken. De verdediging van de Belgische economische belangen in het bui-tenland blijft een kerntaak van dit departement, ook in de komende jaren.
Natuurlijk doen we dat niet alleen. Veel instanties zijn erbij betrokken. Het re-geerakkoord wil een geconcerteerd optreden van de federale en gewestelijke diensten in landen buiten de EU, met respect voor de bevoegdheden van elkeen. Ook hier kan het samenwerkingsfederalisme nog sterker realiteit worden. Pragmatisch, maar ook met een klare afbakening van eenieders rol. Ik ben bereid om een "aggiornamento" te doen van het samenwerkingsakkoord. Iedereen moet er dan wel de juiste ingesteldheid voor hebben. Het is het resultaat dat telt. We gaan ons dan ook blijven inspannen opdat prinselijke en regionale handelsmissies, ministeriële bezoeken en staatsbezoeken, allerhande economische missies en specifieke opdrachten de gewenste economische resultaten opleveren.
Het is ook belangrijk dat we onze economische belangen verdedigen in multilaterale organisaties. Dat de Doha-ronde helaas nog niet afgerond is, kan Europa niet meer aangerekend worden. Samen met de nieuwe Europese Commissaris voor Handel zullen we blijven ijveren voor de succesvolle afronding van de ontwikkelingsronde, maar ook concrete stappen zetten voor de afsluiting van re-gionale en bilaterale vrijhandelsakkoorden die onze exportcapaciteit versterken.
A côté de la diplomatie économique, le travail consulaire continue à énormément gagner en importance dans le cadre global de nos relations bilatérales, par-ticulièrement dans les pays situés hors de l'Union européenne. De plus en plus, le travail consulaire s'affirme par ailleurs comme en un canal de choix pour faire connaître notre département comme un prestataire efficace de services à nos concitoyens. L'expansion du phénomène de mondialisation ne va en effet qu'accroître la présence de compatriotes et d'intérêts belges à l'étranger et ce jusque dans les plus lointains recoins de la planète.
Comme j'ai pu le souligner la semaine dernière à l'occasion du retour de trois Belges restés détenus pendant des mois en Iran, j'attache une grande importance au travail consulaire accompli par notre département et par nos postes à l'étranger. Une approche discrète, mais non moins résolue des problèmes consulaires me semble être souvent la méthode à suivre la plus efficace.
En plus du traitement des dossiers consulaires individuels, j'insiste également pour que vous ayez un suivi actif des tendances et évolutions de fond que vous constatez dans le travail consulaire de vos postes respectifs. Nos postes sont en effet en première ligne, par exemple pour identifier et constater des phénomènes de fraude migratoire, ainsi que pour relever des lacunes ou des déficiences dans les procédures Schengen. Je vous invite des lors à fournir toute l'information qui peut contribuer à la réflexion et à la préparation de la politique à suivre. Il suffit à cet égard de penser aux nouveaux développements depuis l'entrée en vigueur de l'enregistrement biométrique des données fait dans le cadre des demandes de visa et de passeports. Dans le cadre de ce type de modernisation, je crois que nous devons avoir l'ambition de donner à notre travail consulaire un rôle pion-nier au sein de l'Union européenne.
Dames en heren, natuurlijk verwacht u van mij ook enkele overwegingen over de nieuwe Europese Externe Actiedienst. De toekomst van uw consulair en eco-nomisch werk, hangt trouwens ook mee af van de toekomstige ontwikkeling van de Europese diplomatie en de oprichting van de Externe Actiedienst. Er wordt gezegd dat U allemaal erg geïnteresseerd bent in die dienst!
Ons land moet behoren tot die groep die een succes wil maken van de Europese diplomatieke dienst. Onze houding moet positief zijn, proactief en niet defensief. Daarom hecht ik groot belang aan het tot stand brengen van een vertrou-wensrelatie met Mevrouw Ashton. Ik zou willen dat U hetzelfde doet met de Europese vertegenwoordigers in uw rechtsgebied. Daarom is het ook belangrijk dat wij aan eerste inhoudelijke resultaten of zelfs successen van de Externe Actie dienst denken. Dit is mijn eerste principiële uitgangspunt.
Het tweede filosofisch punt is dat we meer moeten nadenken over de complementariteit tussen nationale en Europese diplomatie om te identificeren waar de "win wins"- zitten, en waar de toekomstige aanpassingen van het nationale ap-paraat nodig zijn. Ik spoor u aan om daarover na te denken, zodat wij ontwikke-lingen mee kunnen aansturen, in plaats van ze te ondergaan.
Ten derde moeten we een goed nationaal rekruteringssysteem organiseren dat afgestemd is op het Europese rekruteringssysteem, dat het aspect van de vorming goed integreert en dat gebaseerd is op het beginsel van de juiste persoon op de juiste plaats. Daarbij moeten wij onze eigen troeven uitspelen. Ik denk als Brusselaar en wereldburger in de eerste plaats aan onze talenkennis, die trou-wens verder kan bevorderd worden via eigen vormingsinspanningen.
Voilà qui résume la philosophie de l'approche. Mais où en sommes-nous au-jourd'hui ?
Nous n'en sommes en réalité encore qu'au début du processus. Et Madame Ashton n'a reçu que peu de soutien pour sa prise en fonctions. Nous n'en sommes aussi qu'au début d'un processus de reconversion du niveau national vers le niveau européen. La période actuelle est une période de transition et les arrangements passés entre la Commission et la Présidence tournante espagnole sont de nature temporaire. Nous savons aussi que l'accord prévoyant une décision sur la création du service d'action extérieure avant fin avril 2010 reste d'application. Si l'objectif est d'opérer le transfert de l'ensemble des fonctions de la Commission à Bruxelles et dans son réseau de poste vers le niveau européen, tant comme membre que comme future Présidence, nous ne pouvons pas nous per-mettre de rester passifs.
Ik heb in mijn gesprekken met Catherine Ashton in elk geval al sterk de nadruk gelegd op de imperatief dat haar dienst maar legitimiteit kan verwerven, als ze er ook op toeziet dat de lidstaten een sterk gevoel van "ownership" hebben ten aanzien van de Externe Actiedienst.
Geachte Posthoofden, dames en heren,
Mevrouw Ashton zei me onlangs, "the beginning has begun". Die uitspraak sloeg op de Externe Actiedienst. Maar ik neem ze graag over voor mezelf als nieuw Minister, maar ook voor U, als operatoren van het huis, als actievoerders van ons voorzitterschap. Als u mijn tussenkomst begrijpt als een algemene mobilisatie-oproep, uiteraard in de meest nobele betekenis van het woord, dan weet ik dat u zeer goed heeft geluisterd.
Nog een laatste opmerking. Ook in mijn functioneren als minister zal ik de kracht van het luisteren aanwenden. Ik heb het gevoel dat die kracht vandaag schromelijk wordt onderschat. Maar ik stel vast dat het niet met gesticuleren of met megafoondiplomatie is dat een Belg vandaag permanent voorzitter van de Europese Raad is geworden, dat netelige consulaire dossiers tot de opluchting van Belgische families kunnen worden opgelost, dat dialogen terug worden opgestart. Voor wie houdt van concrete resultaten en duurzame posities in de in-ternationale arena, is dat een bijzonder leerrijke vaststelling.
Dank voor uw aandacht, en vooral voor de inspanningen die u zich in het komende jaar zult willen getroosten om van de buitenlandse politiek van ons land een succes te helpen maken.
Seul le texte prononcé fait foi
