'Ik ben een valse trage'
05-12-2009
Vanackere zou ik graag iets in het buitenland zien doen', schreef columnist Hugo Camps toen u nog minister van Ambtenarenzaken was. En hij voegde eraan toe...
"...Dat ik een excellentie ben zonder kippenhok aan de kont - ik heb dat gelezen, ja. We hebben ons hier met zijn allen afgevraagd wat hij daar juist mee bedoelt."
En?
"Ik hou het erop dat hij niet te veel poespas in mij vermoedt, dat ik geen groot gevolg van vleiers aan de kont heb hangen. En dat ik niet vastgeroest ben aan mijn dorpse kippenhok, maar dat ik een brede blik op de wereld heb."
Dat helpt, als minister van Buitenlandse Zaken. Bent u een wereldreiziger?
"Neen, maar ik ben een Brusselaar - de hele wereld woont hier in één stad. Je kan het Sint-Goriksplein niet oversteken zonder zes talen gehoord te hebben. Wie Brussel ademt, eet en drinkt, denkt vanzelf internationaal. Brussel is de voorbode van hoe Vlaanderen er straks zal uitzien."
Bent u al in Congo geweest?
"Neen, nog niet."
In het Midden-Oosten?
"Ook niet. Maar ik ben niet wereldvreemd. Ik zal daar niet uit het vliegtuig stappen en denken: 'Hé, wat een vreemd stukje wereld is dit.' Het is zoals bij voetbalmatchen: vaak zie je scherper wat er gebeurt op tv dan vanop de tribune."
Moskou?
"Neen."
Tokio?
"Neen. Hou maar op, want zo kunt u er nog veel opnoemen."
Washington?
"Neen."
En dat is in uw functie geen bezwaar?
"Neen. Mijn job begint nu pas. Bovendien ben ik niet van plan om van de ene exotische bestemming naar de andere te vliegen. Ik ga in 2010 de nadruk leggen op Europa. Niet alleen omdat België dan voorzitter zal zijn van de Europese Unie, maar omdat onze buurlanden - Nederland, Luxemburg, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk - ons eerste en belangrijkste buitenland zijn. Ik kijk er enorm naar uit. Buitenlandse Zaken is een droom."
U heeft de job van uw leven gevonden?
"Ik denk het, ja."
En dus was u wég, natuurlijk, op Ambtenarenzaken. Zoals u één jaar eerder al was weggegaan op Welzijn. U heeft het imago van een jobhopper.
"Dat zit me niet lekker, want ik bén dat niet. Een jobhopper zit voortdurend om zich heen te spieden naar wat zijn volgende job zou kunnen zijn. Die onrust ken ik niet. Ik wil graag lang op Buitenlandse Zaken blijven. In deze functie win je aan gezag en respect naarmate je meer kilometers op de teller hebt. Vandaar dat ik bij wijze van boutade heb gezegd dat ik het volgende aanbod hoe dan ook zal weigeren."
Een boutade, inderdaad. Want als men u morgen vraagt om premier te worden, dan weigert u natuurlijk niet.
"De Belgische politiek is onvoorspelbaar, maar als ik van één ding zeker ben, is het wel dat het aanbod om eerste minister te worden in lengte van jaren niet op mij af zal komen. Met Yves Leterme hébben we al een fantastische premier."
Meent u dat?
"Ja, natuurlijk meen ik dat."
Maar?
"Neen, geen maar. Yves Leterme verdient het premierschap en heeft er alle kwaliteiten voor. Net als Wilfried Martens denk ik dat hij na een moeilijke start nu gelanceerd is voor een jarenlange periode als eerste minister."
En u, hoe goed vindt u zichzelf?
"Niet zo goed. Of toch zeker niet zo goed als men zégt dat ik ben."
Uw naam viel nochtans ook, als alternatief voor Leterme.
"Toen ik dat hoorde, kon ik alleen maar denken: 'Hoe komt men daar nu bij? Ik, premier?'"
Ook in uw stoutste dromen is het premierschap u niet te beurt gevallen?
"Neen, zelfs niet in mijn ergste nachtmerries. Ik ken perfect mijn plaats in de ploeg. En ik voel me daar goed, in de schaduw op de tweede rij. Als de politiek een toneelstuk was, dan was ik de man die aan het licht zit: als die zijn job niet doet, ziet niemand de hoofdrolspelers schitteren op het podium. Of beter nog: noem mij de souffleur. Ik ben jarenlang kabinetschef geweest. In die rol moet je je voortdurend afvragen: 'Als ik nu minister was, hoe zou ik dit dan aanpakken?' In voetbaltermen: als Yves Leterme en Inge Vervotte van nature spitsen zijn, dan ben ik meer een centrale verdediger, achterin, waar je een goed overzicht op het spel hebt."
Dat treft. De beste Belgische voetballer is ook een centrale verdediger: Thomas Vermaelen van Arsenal. En net als hij wordt u door vriend en vijand met lof overladen.
(Lacht) "Dat moét dus wel fout aflopen. Ik voel me zoals Herman Van Rompuy, die zich de jongste maanden niet meer herkende in al het goede dat over hem werd gezegd en geschreven. Wat klopt er wél van al die lof? Het compliment dat ik goed kan luisteren. Ik ben een trage, die zorgvuldig overlegt en zich niet vergaloppeert. Een valse trage, in die zin dat zulke types meestal meer resultaten halen dan de haantjes-de-voorste van de Wetstraat. U zal me ook nooit op denigrerende taal over andere politici betrappen. En nooit zal ik mensen nodeloos provoceren."
U zal president Kabila niet hardop de levieten lezen zoals Karel De Gucht, een voorganger die het hart op de tong droeg?
"Mijn stijl verschilt van nature van de zijne. Ik ben discreter in mijn aanpak. Ik geloof niet dat de luidste roepers de beste resultaten behalen."
In 2010 is Congo 50 jaar onafhankelijk. Neemt u koning Albert dan mee naar Kinshasa?
"Het zijn de Congolezen die uitnodigen. Wij willen graag bijdragen tot de luister van die viering, en we weten welk respect er in Congo bestaat voor koning Albert. Maar we mogen vooral niet de indruk wekken dat dit een Belgisch feest is. Het moet een feest voor de Congolezen worden."
Die hebben weinig te vieren. Congo is een puinhoop.
"Laten we dan van dit speciale moment gebruikmaken om onze krachten te bundelen. Dat klinkt vaag, maar het zou pretentieus zijn om na twee weken op Buitenlandse Zaken al te doen alsof ik de oplossing in pacht heb."
Uw andere functie is minister van Institutionele Hervormingen. Zeg maar: minister van Staatshervorming. In de ogen van flaminganten bent u een verrader: in 2006 heeft u in Brussel de lijst gedeeld met Joëlle Milquet.
"Dat was een tweetalige stadslijst van CD&V en cdH. Uiteraard hebben Joëlle en ik communautaire meningsverschillen, maar bij gemeenteraadsverkiezingen gaat het niet over B-H/V of over de grenzen van het Brussels Gewest. Dan gaat het over alledaagse dingen, zoals de netheid van de stoep - met het institutionele heeft dat niets te maken. Ja, ik praat veel met de Franstalige Brusselaars. Maar heul ik daarom met hen mee? Neen. Als ik kibbel met Joëlle Milquet, doe ik dat in het Frans, ja. Et alors? 't Is door te kibbelen dat je iets bereikt."
De Franstaligen zagen in u de meest geschikte opvolger voor Herman Van Rompuy.
"Ach, ik denk dat ze door mijn naam te noemen vooral wilden testen of CD&V wel als één man achter Yves Leterme stond. Ja dus. Voor een goed begrip: als vicepremier ben ik niet in de eerste plaats Brusselaar, maar behartig ik de belangen van de héle CD&V, van Blankenberge tot Maasmechelen, en die partij is communautair veeleisend. De Franstaligen moeten dus niet denken: 'Ha, dit is onze kans, want Vanackere is er één van ons, ene van Brussel.' Integendeel, ik doorgrond de Franstaligen beter dan een Vlaming uit Ieper, Gent of Antwerpen. Ik weet snel of het hen menens is of ze theater aan het maken zijn."
Welaan dan: is het hen menens om B-H/V op te lossen?
"B-H/V is een theaterstuk dat nu lang genoeg heeft geduurd. Ik denk dat het publiek hunkert naar het doek."
Moet uw Brusselse CD&V desnoods instemmen met een nieuw belangenconflict mocht Jean-Luc Dehaene meer tijd nodig hebben dan verwacht?
"Laten we er alstublieft van uitgaan dat de knoop ontward is tegen Pasen en dat er geen verder uitstel nodig is. Zo'n belangenconflict is een soort nooduitgang. Maar als je die deur nu al openzet, neem je de drive weg om snel tot een oplossing te komen."
Deze zomer bent u één week gaan fietsen, van Praag naar Dresden langs de Moldau en de Elbe. Wat deed u daar, in uw eentje?
"Lezen. En zwijgen, een hele week lang (lacht). Op den duur praatte ik zelfs niet meer tegen mezelf. Heerlijk. Want als politicus mis je dat, die stilte. Als minister lijk je wel een bijenkoningin waarrond voortdurend een zwerm bijen zoemt die niet zonder jou kan functioneren. Ik heb me tussen Praag en Dresden tot de fiets bekeerd. Sinds ik terug ben, fiets ik bijna elk weekend 50 kilometer - mét de koersbroek aan, zoals een echte. En met een helm op, zodat niemand me herkent."
Het schijnt dat u ook een wandelaar bent, het liefst met uw Penny.
"Ja, maar ze wordt wat ouder en ze stapt al wat trager. Lange wandelingen zitten er met haar niet meer in."
Voor een goed begrip: we hebben het hier over uw herdershond. Fietst of wandelt u ook wel eens met uw echtgenote?
"Kijk, ik gun jullie mijn hond omdat ik weet dat ik iéts over mijn privéleven moet lossen, maar ik ben daar ouderwets in: ik vind niet dat ik heel Vlaanderen moet vertellen over mijn gezin."
En dus weten we enkel dat uw vrouw Nederlandse is en Käthe heet.
(Lacht) "Dat volstaat."
Hoeveel tijd rest er nog voor de mens Vanackere als de politicus van 6 tot 23 uur in de weer is?
"Weinig. De stiel is zo intens dat je dit geen twintig jaar meer volhoudt, zoals vroeger. Ook al leven politici nu veel gezonder dan toen: ze sporten meer en ze roken en drinken minder. Gelukkig ben ik een uitstekende slaper. Ik val in slaap zodra mijn hoofd het kussen raakt - zelfs na de felste discussie met Milquet. Ik heb ook niet veel uren nodig. Liever vier uren goéd slapen dan acht uren slecht. Een ervaren kabinetschef heeft me ooit gezegd: 'Zeg mij hoe je slaapt en ik zal je voorspellen welke carrière je gaat maken.'"
Voilà: premier dus, in uw geval.
