Toespraak bij de opening van "Kamiano", restaurant voor daklozen in Brussel - zaterdag 3 oktober 2009

03-10-2009

Bij een aangelegenheid zoals deze, de opening van een restaurant voor daklozen, hebben we een dubbel gevoel: enerzijds uiteraard grote waardering en dankbaarheid, anderzijds toch ook gêne en ongeloof. We worden hier immers geconfronteerd met de twee zijden van dezelfde medaille van de menselijke existentie: de toewijding van de mens enerzijds én de behoeftigheid van de mens anderzijds. De toewijding als antwoord op de behoeftigheid. Gelukkig dat dit antwoord er is.

Maar de vraag blijft zich daarbij opdringen: hoe komt het dat die behoeftigheid er is? Anders gesteld: is het normaal dat er daklozen rondlopen in deze stad? Het antwoord is duidelijk: neen, dat is niet normaal; het is nog minder vanzelfsprekend. Zelfs niet in een tijd van crisis. Ten andere, ook vóór de crisis zagen wij daklozen in onze stad, in onze stad van welvaart en cultuur, in de hoofdstad van de Europese Unie, de rijkste en welvarendste regio van de wereld, een regio met een eeuwenoud mensbeeld van gelijkwaardigheid en een eeuwenoude cultuur van zorg. Vandaar die gêne en dat ongeloof. Het zou niet mogen.

Helaas: “De stad is de plek waar al het tegengestelde zich concentreert: macht en recht, cultuur en barbarij, het goddelijke en het menselijke. (…) In de stad wordt de beschaving gevormd en op de proef gesteld”, schreef Geert Mak in De Goede Stad. Gelukkig dus dat er mensen en groepen zijn, zoals de Sint-Egidiusgemeenschap, die “letten op de boodschappen van de stad”, meer bepaald luisteren naar de signalen uit de onderkant.

Niet alleen luisteren, ook er naartoe gaan en er iets aan doen, door niet alleen hun ogen maar ook hun hart en hun handen te openen. Als alleen onze ogen zijn geopend, blijven we hangen in redeneren. Als alleen ons hart toegankelijk is, blijven we steken in sentimentaliteit. Als alleen onze handen geopend zijn, kunnen we ook verkeerd bezig zijn. Inzicht,aanvoelen en actie bij elkaar houden, dat zou ik het genie van de Communauté de Saint Egide willen noemen.

En toch blijf ik erbij: het zou niet mogen. Maar zolang Vilfredo Pareto gelijk heeft dat 20 procent van de bevolking 80 procent van de rijkdom bezit, zullen we met armoede worden geconfronteerd. Christus wees onrechtstreeks ook op die scheve verhouding ten gevolge van het ingebakken egoïsme van de mens, toen Hij voorspelde: “Car vous aurez toujours des pauvres avec vous !”

Armoede is ten andere een veelkoppig monster dat het gevolg is van vele factoren. Armoede is een probleem dat verbonden is met alle andere materies: onderwijs, werk, economie, justitie, financiën… Het moet dus op vele fronten tegelijk worden aangepakt.

Tot eind 2008 was ik ‘vakminister’ van armoede in de Vlaamse regering. Het is uiteraard nodig dat één minister zich daar beleidsmatig mee bezighoudt, maar als ex-vakminister mag ik zeggen dat armoedebestrijding geen louter gespecialiseerde materie kan of mag zijn.

Armoedebestrijding moet, wat men in het Duits noemt, een Chefsache zijn, een zaak die de premier, de ministers-presidenten en alle leden van alle regeringen aanbelangt.

Het feit alleen dat in de welvarendste samenlevingen armoede blijft bestaan, is zo onthutsend dat de aandacht ervoor en de oplossing ervan niet enkel toegewezen kunnen worden aan een ‘vakminister’. Het feit dat de armoede bovendien toeneemt, bezorgt ons gêne en ongeloof. Want armoede is een onrecht.

Het onrecht in de wereld moet op drie manieren worden aangepakt: het moet worden aangeklaagd, de oorzaken ervan moeten structureel worden aangepakt en de concrete nood moet worden gelenigd. De aanklacht is ons aller taak. De structurele aanpak is de taak van de politiek en de overheid. Maar de aanklacht en de structurele aanpak nemen ondertussen de concrete behoeftigheid niet weg. Bovendien: “U zult altijd armen onder u hebben.”

Daarom zijn mijn waardering en mijn dankbaarheid des te groter voor de mensen van de Sint-Egidiusgemeenschap die zich al enkele jaren inzetten voor de daklozen die zij in de taal van de gelijkwaardigheid liever “de vrienden van de straat” noemen, “gli amici per la strada” in het Italiaans. Dicht bij de armen van deze stad wil de Sint-Egidiusgemeenschap hun behoeftigheid met heel concrete toewijding tegemoetkomen.

De wijze waarop Kamiano in Brussel is ontstaan en ook is geëvolueerd, van het jaarlijks kerstmaal tot dit restaurant, toont aan dat de Sint-Egidiusgemeenschap een antwoord wil geven op de bestaande maar ook evoluerende concrete vragen van heel concrete mensen. Terloops mag ook worden gezegd dat bij deze beweging vrijwilligheid helemaal niet synoniem is van amateurisme. Wat in de wereld niet lijkt te kunnen, kan hier wel: onbezoldigd én professioneel.

Misschien is dit wel de sterkste vorm van protest tegen een wereld die alles in geld uitdrukt of uitgedrukt wil zien. Een samenleving die geld als de enige maatstaf van waardering zou hanteren, maakt slachtoffers: zij die geen geld hebben, dreigen ook geen stem te hebben. Uw gratis werk is het sterkste protest daartegen. Een protest dat niet van de daken wordt geschreeuwd, maar in de straten wordt gerealiseerd.

Sant’Egidio, zoals de beweging in het Italiaans heet, ontstond in Rome in het beruchte jaar 1968. Het jaar van het studentenprotest. Maar in plaats van te protesteren nodigde de jonge student Andrea Riccardi zijn generatiegenoten uit om heel concreet de noden van de armen in zijn stad aan te pakken, bovendien gedragen en geïnspireerd door een doorleefde spiritualiteit (getuige daarvan is de wekelijkse gebedsbijeenkomst in de Finisterraekerk).

Eigenlijk bestaat er geen grotere vorm van protest dan de goedheid: want goedheid toont hoe het wel kan, anders dan de hebzucht en het egoïsme. Goedheid roept het beste in de mens wakker; aan goedheid kan niemand voorbij. En eigenlijk is de goedheid ook dé morele oproep tot structurele veranderingen: als iedereen bezorgd zou zijn om de anderen, gedreven door naastenliefde, dan zullen de structuren als het ware vanzelf wijzigen.

Dit restaurant voor daklozen draagt de naam van Damiaan. Niet zomaar de naam van Damiaan, maar de naam die de verschoppelingen voor wie hij zich met volle overgave en met zijn hele leven inzette, voor hem gebruikten: Kamiano. Geen naam van bovenaf, maar een naam van onderaf. Een naam van identificatie. “Wij melaatsen”, zei Damiaan. “Wij vrienden van de straat”, zegt de Sint-Egidiusgemeenschap.

Damiaan had zich teruggetrokken bij de uitgewezen melaatsen. Hij wou bij hen blijven om hen te helpen. Niet alleen om hun wonden te helen, maar eigenlijk om hun hun volle menselijke waardigheid terug te geven. Damiaan stelde bovendien alles in het werk om nieuwe remedies uit te proberen. Hij wou de ziekte van de lepra uitroeien. Het was dus niet zijn bedoeling dat Molokaï eeuwig zou blijven. Integendeel. En later is het geschied: er zijn geen melaatsenkolonies meer. Ook hier is het niet de bedoeling van Sint-Egidius om ten eeuwigen dage een restaurant voor daklozen open te houden, maar om een betere wereld te maken waar uiteindelijk geen Kamiano-restaurants meer nodig zijn.

Dit is het tweede Kamiano-restaurant: in 1994 opende de Sint-Egidiusgemeenschap in Antwerpen zijn sociaal restaurant en gaf het de naam Kamiano, in aanloop naar de zaligverklaring van pater Damiaan. Vandaag opent de Sint-Egidiusgemeenschap in Brussel zijn daklozenrestaurant en geeft het de naam Kamiano, in aanloop naar de heiligverklaring van dezelfde pater Damiaan. Damiaan was koppig zeggen ze, de Sint-Egidiusgemeenschap is ook koppig. Met de koppigheid van de goedheid, met de standvastigheid van de naastenliefde en met de duurzaamheid van de trouw.

Dat is ook de weg om ons gevoel van gêne en ongeloof om te kunnen zetten in een gevoel van dankbaarheid en waardering.

Het gesproken woord geldt

Photos récentes

.
.
.
Rencontre avec Mr. Wang Qishan, Deputy Prime Minister of the PRC - 21/10/11
Réunion de travail avec Mr. Wang Qishan, Deputy Prime Minister of the PRC - 21/10/11
La délégation Belge et Mr. Zhou Tienong, Vice Chairman of the Standing Committee of the National People's Congress - 24/10/11
Avec monsieur Alexis Thambwe Mwamba, le ministre des Affaires Etrangères de la RDC
Discours
Conférence de presse - 13 septembre 2011
Visite projet CFE, Bizerte - 14 septembre 2011
Visite Centre de Formation, Bizerte - 14 septembre 2011
Visite projet CFE, Bizerte - 14 septembre 2011

Rechercher