“Ken Uw Buren: Buitenlands Beleid en Economische Diplomatie” - Brussel, 27 september 2011
27-09-2011
Beste leden van De Warande,
Het Egmontpaleis, zoals jullie tijdens de rondleiding vernamen, dateert uit de 16e eeuw en had naast vooraanstaande denkers uit vorige eeuwen, zoals Rousseau en Voltaire, ook vorsten, kardinalen en vooraanstaande families te gast. Het is dan ook een groot voorrecht U hier vandaag te mogen ontvangen en toe te spreken.
Het Egmontpaleis is een werkinstrument van Buitenlandse Zaken dat gebruikt wordt voor het ontvangen van buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, het organiseren van bilaterale besprekingen en allerhande internationale conferenties zowel voor diplomatieke doeleinden als business summits. Het is met andere woorden het hart van Belgische diplomatieke actie en internationale relaties.
Deze relaties worden gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan onderwerpen, doelenden en methodes. Zowel via de bilaterale als de Europese en de multilaterale weg richt ons buitenlands beleid zich op het uitdragen van onze ethische en maatschappelijke principes inzake democratie, welzijn, mensenrechten en de waardigheid van het individu. Het richt zich op ontwikkelingssamenwerking, op het vergemakkelijken van internationale handel en op het behartigen van de Belgische handelsrelaties en economische belangen. In onze geglobaliseerde wereld heeft elk beleidsaspect een buitenlandse dimensie, kijk maar naar milieu, energie, migratie, maar ook arbeid, gezondheid, demografie en nog veel meer. Dit departement kan uiteraard niet al deze domeinen in alle details voor haar rekening nemen, maar speelt wel een cruciale rol in de coördinatie ervan en het bewaken van de coherentie in het buitenlands beleid, zéker in ons federaal staatsmodel.
Als toelichting ga ik in op dé kernopdracht van het Belgische buitenlands beleid: de economische diplomatie.
Onder de noemer economische diplomatie verdedigt Buitenlandse Zaken de Belgische economische belangen in het buitenland. De basisvoorwaarde is natuurlijk dat we uitstekende bilaterale betrekkingen met de doellanden onderhouden. Deze betrekkingen kunnen zich niet beperken tot economische relaties maar zijn een geheel van economische, culturele, wetenschappelijke en politieke samenwerking tussen de meest diverse geledingen van beide landen, in een bilateraal en multilateraal kader. Door het opbouwen en onderhouden van harmonische relaties met zoveel mogelijk landen, streven we ernaar de internationale economische uitwisseling te vergemakkelijken. De economische diplomatie richt zich op de verbetering van de toegang van onze bedrijven tot buitenlandse markten, de bevordering van de internationale handel via multilaterale en bilaterale akkoorden, de bescherming en bevordering van binnenkomende en buitengaande investeringen, alsook de concrete ondersteuning van onze bedrijven in het buitenland door het ter beschikking stellen van ons diplomatiek instrumentarium voor het benaderen van buitenlandse overheden en bedrijven. Onze concurrentiepositie en onze plaats in de geglobaliseerde wereldeconomie zijn daarbij belangrijke parameters die buitenlandse zaken nauwlettend in het oog houdt d.m.v. sommige federaal gebleven instrumenten zoals Finexpo en de Delcredere dienst of door het provoceren binnen de regering en op het Europese niveau van de noodzakelijke economische stimuli of maatregelen.
Economie en Diplomatie
In een context van toenemende internationale competitie, is het cruciaal op te komen voor onze economische belangen. We promoten, in nauwe samenwerking met de gewestelijke diensten, de industriële en technologische sterktes van ons land en we tonen aan dat innoveren en investeren in België aantrekkelijk is en kansen biedt. Dit doen we uiteraard op een dagdagelijkse basis via onze diplomatieke posten, naar aanleiding van de ondersteuning van regionale en sectoriële handelsmissies, bij ministeriële bezoeken waar allerlei bilaterale samenwerkingsakkoorden worden afgesloten en concrete bedrijfsdossiers ter sprake gebracht worden, maar ook d.m.v. de economische missies onder leiding van Prins Filip naar alle hoeken van de wereld. De trimesteriële prinselijke missies zijn een uitgelezen instrument om de bedrijven toe te laten nieuwe kansen op al dan niet nieuwe markten te identificeren en er op in te spelen. Zij zijn zeer succesvol gezien steeds meer bedrijven er aan deelnemen. In de komende maanden staan er nog Prinselijke Missies naar China en Chili op het programma.
Maar ook omgekeerd, omkaderen we samen met de Gewestoverheden Belgische ondernemingen die willen investeren in het buitenland. We kunnen ze daarbij helpen door, meestal op EU-niveau, markttoegangverdragen af te sluiten met partnerlanden, ofwel bilateraal of regionaal - zoals bvb. het vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea dat België gedurende haar voorzitterschap kon afronden - of regionaal - de lopende onderhandelingen met Mercosur of de GCC - of multilateraal via de Wereldhandelsorganisatie in de zgn. Doharonde. Hierdoor vergemakkelijken we de import en export, en kunnen we tegelijk bescherming bieden aan Belgische bedrijven in het buitenland. Met het nieuwe Europese Verdrag van Lissabon krijgt de EU bevoegdheid voor het afsluiten van bilaterale investeringsakkoorden. Deze hebben tot doel de rechtszekerheid en bescherming voor investeerders uit de EU maximaal te garanderen en de positie van de EU als voorkeursbestemming voor directe buitenlandse investeringen te handhaven.
Trans-Atlantische diplomatie
Onze economische diplomatie is natuurlijk ingebed in een Belgische – maar ook Europese – handelsstrategie, en streeft ernaar het brede buitenlands beleid meer af te stemmen op onze handelsbelangen. Het openen van markten d.m.v. internationale akkoorden moet ook in de realiteit van elke dag een reële markttoegang voor onze bedrijven opleveren. Niet enkel hoge beschermende douanetarieven moeten daarbij afgebouwd worden, ook en vooral niet-tarifaire belemmeringen moeten onze aandacht krijgen. Handelsliberalisering anno 2011 gaat over het wegwerken van niet-tarifaire handelsbarrières en regelgevende harmonisatie van standaarden. Eén van de uitdagingen, zoniet dé kernvraag van de toekomst is wie zijn productiestandaarden aan de rest van de wereld kan opdringen, en zo markt-en fabricagevoordelen aan zijn bedrijven kan bezorgen.
De EU is daarin gedurende tientallen jaren bijzonder succesvol geweest. Vele ontwikkelingslanden namen de Europese regelgeving en standaarden over. Willen wij onze voorsprong behouden dan moeten wij met de VS dezelfde standaarden afspreken, veeleer dan elkaar te beconcurreren want de Chinese overheid ontwikkelt meer en meer zijn eigen standaarden voor zijn potentieel gigantische markt. Een verdiepte trans-Atlantische samenwerking en een diepgaand handels- en investeringsakkoord zouden hierbij van groot belang zijn. De verwachtingen zijn dat tot minstens 2025 de Trans-Atlantische handel en investeringen sterker zullen zijn dan de handel en investeringen tussen respectievelijk de VS en China, en de EU en China. De belangrijkste economische as ter wereld zou dus best versterkt en gestimuleerd worden.
Een grondstoffendiplomatie
Maar, en de gigantische Chinese vraag dwingt ons er toe, we hebben ook nood aan een Europese grondstoffendiplomatie. Daarbij moeten we vnl. inzetten op Afrika en Latijns Amerika maar ook in de Asean (Indonesie/Thailand/Singapore en Indië) kunnen we proactief op zoek gaan naar de grondstoffen die onze industrie nodig heeft. Via akkoorden moeten we vermijden dat China een alleenrecht krijgt. Daarvoor zullen we een geïntegreerde aanpak nodig hebben. Een moreel eerbare, duurzame grondstoffendiplomatie heeft aandacht voor lokale capaciteitsopbouw, mensenrechten en milieu.
Ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp
Ontwikkelingssamenwerking is noodzakelijkerwijze een integraal onderdeel van onze buitenlandse politiek. Zowel bilateraal als in het kader van internationale organisaties, zoals de EU en de VN, doen we hiervoor beroep op een brede waaier van instrumenten, humanitaire hulp, technische en economische assistentie en andere. We zijn actief op talrijke domeinen in al de continenten.
Ons beleid ten aanzien van Libië maakt duidelijk dat de verschillende dimensies van ons buitenlands beleid goed op elkaar afgestemd zijn. In het kader van de NAVO operatie hebben we kunnen bijdragen aan het beschermen van de Libische bevolking en het installeren van een democratisch regime. Maar hier stopt het uiteraard niet. Op korte termijn is het cruciaal het nieuwe Libische regime bij te staan in het garanderen van veiligheid en het heropstarten van basisvoorzieningen, zoals voedsel, onderwijs, gezondheidzorg en andere publieke voorzieningen. Op lange termijn is de grote uitdaging uiteraard om deze prille democratie te consolideren. Er is voor ons een belangrijke taak weggelegd in het ondersteunen van de nieuwe bestuurders en de bevolking daar waar zij dit wensen.
Zoals jullie horen, dames en heren, is het huis van buitenlandse zaken door zijn verscheidenheid, het belang van elk thema, maar ook door de verwevenheid van verschillende beleidsdimensies, een speerpunt in ons politieke bestel.
Het verdedigen van onze economische belangen, het garanderen van de welvaart van onze samenleving op alle vlakken, niet enkel via handelsverbanden maar ook door menselijke verbondenheid, en het uitdragen van onze ethische en maatschappelijke waarden, vormen het hart van onze diplomatie.
Ik heet De Warande dan ook van harte welkom in één van de diplomatieke werkinstrumenten van Buitenlandse Zaken, één van de mooiste ter wereld als u het mij vraagt, en wil jullie danken voor dit uitstekende initiatief.
Het gesproken woord geldt
