Belgisch voorzitterschap Europese Unie was een succes
24-01-2012
Het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van 2010 was een succes. Dat de federale regering tijdens die periode in eigen land enkel de lopende zaken mocht afhandelen, heeft zelfs bijgedragen tot het succes.
Het succes van het Belgische voorzitterschap blijkt uit een wetenschappelijke studie. Het betreft de zes maanden dat ons land de leiding had over de Europese ministerraden. «Het is nooit goed om op te scheppen, maar wanneer ik zeg dat ons voorzitterschap een succes was, kan ik nu ook naar een academische publicatie verwijzen», grapte minister van Financiën en voormalig buitenlandminister Steven Vanackere.
Meer dan twintig wetenschappers schreven mee aan de studie, de coördinatie was in handen van Steven Van Hecke en Peter Bursens van de Universiteit Antwerpen. België nam op 1 juli 2010 het voorzitterschap op. «In plaats van dat voorzitterschap te gebruiken om Belgische belangen te verdedigen - zoals Afrika, en vooral Congo - gebruikten de Belgen het voorzitterschap om vooruitgang te boeken bij de bestaande EU-agenda», schrijven de onderzoekers. Er werden doorbraken of akkoorden gerealiseerd in tal van dossiers. De onderzoekers halen verschillende redenen aan voor het succesvolle voorzitterschap. Naast de ervaring, kennis en expertise van de diplomatie speelde ook de afwezigheid van een regering met volheid van bevoegdheden een rol. Dat zorgde er namelijk voor dat veel kabinetsmedewerkers op post bleven, terwijl ook in de administratie geen grote veranderingen plaatsvonden. Meer zelfs: «De kabinetsmedewerkers en de ministers in de regering van lopende zaken konden zich meer concentreren op het succes van het voorzitterschap dan ze in normale tijden hadden kunnen doen. Door het uitblijven van nieuwe binnenlandse politieke initiatieven konden de ministers en hun medewerkers hun aandacht op Europese thema's richten.»
(Metro, 24 januari 2012)
Toespraak van minister Vanackere t.g.v. de voorstelling van de studie.
