FRDO Persprijs Duurzame Ontwikkeling - Rio+20 - Brussel, 28 februari 2012

28-02-2012

Monseigneur, geachte genodigden, het zou pas echt verwachtingen los weken als men mij zou introduceren als de minister van Duurzame Ontwikkeling en Financiën. En de reden waarom ik mij niet zo laat noemen, is omdat ik vind dat de Romeinen gelijk hadden toen ze zeiden « Nomen est omen ». Je moet de ambitie waarmaken van de titel van je functie. En, op een ogenblik dat de aandacht van zoveel mensen in dit land en in Europa, meer gaat naar financiën - onder andere omwille van die dictatuur van de korte termijn waar de professor het daarnet zo terecht over had, zou het niet correct zijn om mezelf “minister van Duurzame Ontwikkeling en Financiën” te noemen, want men zou dat als een gimmick beschouwen.

Maar mag ik toch in dit gezelschap even zeggen dat dat wel degelijke een echte ambitie van mij is om gestalte te geven aan die werkelijkheid die de FRDO al zeer lang bepleit: duurzame ontwikkeling als “Chefsache”, als zaak van primordiaal belang. Er is een stap gezet door de verantwoordelijkheid ervoor toe te wijzen aan een vice-premier, maar ik herhaal dat we er pas zullen zijn wanneer in alle landen duurzame ontwikkeling een aangelegenheid wordt van de Premier. Dat is namelijk diegene die kan zorgen voor minder segmentatie, minder sectordenken in de politiek, in het besef dat onze keuzes in domeinen als financiën, economie, handel, energie, voeding, landbouw … elkaar beïnvloeden en de toekomst van onze planeet meer dan ooit bepalen. Ik heb die boodschap reeds aan Theo Rombouts gegeven toen hij als voorzitter van de raad voor de eerste keer bij mij kwam in mijn hoedanigheid van minister van Buitenlandse Zaken: duurzame ontwikkeling verdient in België een plaats in de kern, dat is de groep van Premier en vice-premiers.

Ik maak met mijn tussenkomst even de brug tussen wat u gehoord heeft van de voorzitter en de twee professoren, en de uitreiking van de persprijs. Recent hoorde ik een quote in de film over Margaret Thatcher, die eigenlijk afkomstig is van Mahatma Ghandi : « Your beliefs become your thougths, your thoughts become your words, your words become your actions, your actions become your habits, your habits become your values and your values become your destiny ». Ik moest eraan denken toen terecht opgemerkt werd dat het in Rio om meer gaat dan over het formuleren van MDGs en SDGs: de implementatie is cruciaal. Men zegt soms “the devil is in the detail”, maar de duivel zit soms nog meer in de uitvoering. Zullen wij in staat zijn om in Rio, 20 jaar na de eerste engagementen, niet alleen op een plechtige manier engagementen te herformuleren maar die ook gepaard te laten gaan met de zekerheid dat men ze ook implementeren wil? Ik denk dat iedereen het er over eens is dat wij goede SDGs moeten formuleren, maar het komt er meer dan ooit op aan, als we de verwachtingen willen inlossen - en Theo Rombouts zei: « Verras ons », om na te denken over de realiteitszin en de uitvoerbaarheid van een aantal verplichtingen.

In dat verband betwijfel ik, vanuit mijn ervaring met de VN op Buitenlandse Zaken, of het nuttig zou zijn de « Universal Periodic Review » inzake mensenrechten als referentie te hanteren voor implementatie, zoals professor De Schutter voorstelde. Ik ben daar geweest in Genève, politici krijgen daar een aantal vragen, geven antwoord en als ze terug in eigen land zijn, is het besluit dat er een aantal opmerkingen waren maar dat ze het er nog vrij goed vanaf gebracht hebben. Misschien is het model dat we voor de opvolging van duurzame ontwikkeling moeten hanteren, minder dat van de « Universal Periodic Review » maar dat van een andere procedure die ik nu wat beter ken sinds ik minister van financiën ben, namelijk die van de « Excessive Deficit Procedure », momenteel in de EU een realiteit. Hier volstaan engagementen niet - het meten van vooruitgang gebeurt op een geobjectiveerde wijze, een wijze die niet noodzakelijk iedereen perfect aanstaat maar die toch voldoende geloofwaarde biedt. Omdat de vinger op de wonde gelegd wordt, en als landen er niet toe komen om aan een oplossing te werken, wacht hen eventueel zelfs een verschrikking als een boete. Ik aarzel niet om dat hier te zeggen …

Probablement, c’est plutôt un rêve qu’une réalité de croire que cette planète sera à même de réaliser ce qui est déjà tellement difficile au sein d’un groupe d’états souverains qu’est encore l’UE. Il faut le reconnaître. Mais j’insiste sur le fait que, si nous souhaitons faire une politique durable aussi en termes de DD, il nous faudra réfléchir à des instruments qui seront encore bien plus contraignants que l’idée de ce « peer review » qui est un peu le modèle de ce qui se fait au niveau d’un examen périodique universel. J’ai déjà été très ambitieux, je vais maintenant redescendre un peu en termes de réalisme et de pragmatisme. Je suis reconnaissant que le Président Theo Rombouts ait fait sentir que si l’impatience est grande, les « expectations » malheureusement, vu les expériences récentes, ne sont pas très élevées. On craint en effet que Rio devienne à nouveau un moment, peut-être solennel, mais pas un moment où, comme le disait le Prof. Lesage, « een moment waarop men innovatie van maatschappelijke aard helpt vooruit gaan”. De quote van Ghandi indachtig, zijn woorden wel belangrijk, maar alleen als die een proces van maatschappelijke innovatie in gang zetten. En, de maatschappelijke innovatie heeft – en dat is denk ik op een excellente manier aangetoond door Prof. De Schutter – niet alleen te maken met onze manier van produceren maar ook met onze manier van consumeren. Ik denk dat het nog komt van de Bond zonder naam, de spreuk « consumeren of consuminderen ». Het geluk van mensen wordt bepaald door heel veel dingen, waaronder consumeren, maar we moeten beseffen dat in « consuminderen » ook geluk kan liggen. Het geluk namelijk te weten dat de plaats die men met zijn gedrag inneemt, niet in de weg staat van het geluk van een ander. Het is misschien naïef, maar ik ben er nog altijd van overtuigd dat miljarden mensen op deze planeet hun geluk niet wensen te baseren op het wegnemen van het geluk van een ander. Dat is het concept van solidariteit, dat nog steeds heel veel mensen in beweging kan brengen.

La position belge que nous défendrons, et que je crois sera probablement défendue par notre Premier Ministre, va partir d’une constatation que nous n’avons pas été suffisamment à même de gérer, d’organiser notre planète d’une manière durable les 20 dernières années. Je crois qu’il faut commencer par le constat de la vérité. A Rio, on doit avoir l’ambition d’atteindre un résultat qui peut faire la différence. Et, ce résultat va probablement, il faut le reconnaître, consister en une déclaration qui doit engager tous les acteurs impliqués. Mais Rio+20 ne peut que réussir si on peut concrètement déterminer comment on peut réaliser les intentions et les objectifs, et ceci inclut une transition optimale et inclusive vers une économie verte pour que chaque individu au Nord et au Sud de la planète puisse bénéficier d’un développement durable. Et donc l’efficacité, la cohérence et la mise en oeuvre seront les mots clé pour le sommet à Rio.

Un cadre institutionnel pour le développement durable renforcé est bien sûr nécessaire à tous les niveaux. Mais, comme le disait très bien Theo Rombouts, « duurzame ontwikkeling mag niet geparkeerd worden in instellingen.” Het moet ook iets zijn dat omgezet wordt in daden. En daarvoor zijn niet alleen mentaliteitswijzigingen, maar ook structuurwijzigingen nodig. Ik weet niet zeker of een nieuw forum binnen de VN creëren–zoiets als een Sustainable Development Council – daarvoor de enige denkbare weg is. Ik sluit het niet uit, ik heb goed geluisterd naar wat u zei daarnet Prof. Lesage, maar laat ons toch opletten dat we geen niveaus blijven creëren en denken dat we met een institutionalisering alleen er zullen komen. Ik geloof eerlijk gezegd – en wat dat betreft neem ik heel veel overwegingen van de eerste tussenkomst van Prof. De Schutter ook mee – dat ook in ons handelsbeleid, in ons economisch beleid, in ons energiebeleid, een aantal afspraken nodig zijn die verder zullen gaan dan datgene wat in een SD Council kan besproken worden. Afspraken die vertaald worden in akkoorden en verdragen tussen soevereine staten. En dan moeten we goed nadenken over de manier waarop dit het best kan worden georganiseerd – is het mogelijk dit te delegeren aan een Council?

Een discussie over structuren en plannen voor duurzame ontwikkeling is belangrijk – ik heb dat al aangegeven in mijn gesprekken met de FRDO – maar ik ben wat dat betreft veeleisend, omdat ik geloof dat het belangrijk is die concepten om te zetten in dagelijkse realiteit. Ik zei daarnet al « The
devil is in the implementation », en dat zullen we ook in België wat duidelijker moeten maken door concrete acties op het getouw te zetten die de gewoonten van de mensen en daarmee ook het karakter van de samenleving kunnen veranderen, ook in de eigen administraties. En daar wil ik mee afsluiten, met dat engagement nog eens opnieuw te formuleren in de aanloop naar Rio. Als minister verantwoordelijk voor DO, vind ik het cruciaal om de komende 28 maanden die ons nog resten, te tonen dat we in staat zijn een aantal duurzaamheidsconcepten te vertalen naar gedragswijzigingen, eerst en vooral in onze eigen federale administratie, erop rekenend dat die voorbeeldfunctie ook impact kan hebben op de rest van de samenleving.

De persprijzen die de FRDO vandaag uitreikt, maken deel uit van een dergelijke benadering om gedragswijzigingen te bekomen. De bijdrage die media kunnen leveren aan de gedragsverandering door concrete acties van duurzame ontwikkeling in de verf te zetten, is immers absoluut niet te onderschatten. Belangrijk is dat het geen eenmalige acties blijven – je kan een aantal dagen geen vlees eten, zoals de 40 dagen van de vasten vroeger, dat is een waardevol initiatief met een concrete impact. Maar zoiets moet de start worden van iets wat duurzaam is, en niet stopt na 40 dagen – anders krijgen we een prachtige gimmick in de pers maar hebben we eigenlijk niets bereikt, er is geen duurzame gedragsverandering. Laat ons dus goed nadenken over hoe we acties kunnen integreren in een duurzamer levensstijl.

Toen het Planbureau onlangs een persconferentie gaf waarbij een aantal cijfers bekendgemaakt werden over onze vooruitgang inzake DO, vroeg een journalist me: “Vindt u het geen probleem dat u duurzame ontwikkeling moet helpen gestalte geven op een ogenblik dat het met de economie niet zo goed gaat?”. Mijn antwoord is dat er eigenlijk geen tegenstrijdigheid is en mag zijn. Het is niet omdat het economisch minder goed gaat of we financieel een tandje bij moeten steken, dat we kunnen zeggen: « We zetten nu even duurzame ontwikkeling tussen haakjes ». De grote paradox is dat, wanneer men voldoende aandacht heeft voor een integraal beleid, elementen van duurzame ontwikkeling ons de sleutel bieden om de financiële, economische en andere crisissen beter te lijf te gaan. Er is dus geen conflict: als er al een ogenblik is waarop men in de politiek aandacht moeten hebben voor DO, dan is het ongetwijfeld nu op dit eigenste moment, wanneer we met een aantal economische en financiële zorgen geconfronteerd worden. Omdat duurzaamheid niet het probleem is, maar het antwoord op onze problemen. Dank u wel.

Het gesproken woord geldt

Recente foto's

.
 .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Zoeken