Minister van bloei
12-04-2010
Dat onze buitenlandminister Steven Vanackere bij de opening van de nieuwe Belgische ambassade in Tokio een haiku had geschreven over de bloesem van de Japanse kerselaar, lazen we bij onze blijde terugkomst in de op ons wachtende stapel kranten. Herkenbaar thuiskomen, zoiets lezen. Want Vanackere z'n haiku leek voor het Belgische publiek misschien een flauwe imitatie van de versjes van onze Europese president, hij heeft er in Japan zeker een gevoelige snaar mee weten te raken. De bloesem van de kerselaar wordt door de Japanners immers aanbeden, en het oprukken ervan, van zuid naar noord, wordt door de nationale media nauwlettend gevolgd. Elke dag koppen de kranten bloesemnieuws, radio en tv feesten mee. De Japanners vieren met de komst van de bloesem immers de start van de lente, en omdat de kerselaar slechts zo kort in bloei staat moet er volop van genoten worden.
Toen we zaterdag met onze koffers in de taxi stapten in het zonnige Tokio was het ons wel opgevallen: de grootste bloesemvreugde was inmiddels uitgesneeuwd op de kraaknette voetpaden. Japan was net niet in rouw toen we gingen. Niet omwille van ons, wel omdat al de witroze symboliek haast volledig uit de trotse takken was geschud. We konden werkelijk geen juister moment bedenken om terug te vliegen naar onze wereldstad Rijmenam City. Waar bij thuiskomst bleek dat de wereld hier ook verder gedraaid had; onze eigen tuin was immers aardig in bloei gekomen. De eekhoorns speelden eikelbal in de hoge dennen. Onze eigen kater Clicquot was krols als vrouwenkuiten in de lentezon. En om één of andere reden waren er weinig facturen in de brievenbus gewaaid. Als minister van Buiten-gewoon Geluk schreef ik er bijna een haiku over.
(Ornelis in Het Laatste Nieuws, 12 april 2010)
