Openingstoespraak op de Diplomatieke Dagen - maandag 11 januari 2010

11-01-2010

Waardering, dat is het woord waarmee ik deze openingstoespraak wil beginnen. Voor u staat een minister van Buitenlandse Zaken die uw werk erkent en waardeert. Of u nu op consulair vlak landgenoten bijstaat, op economisch vlak onze bedrijven helpt, of op diplomatiek vlak verantwoordelijkheden uitoefent, weet dat er in Brussel een minister van Buitenlandse Zaken werkt, die ook ùw werk naar waarde weet te schatten. En weet trouwens ook - voor zover dat voor u een informatie van enige relevantie is - dat ik mijn aanduiding als nieuwe minister van Buitenlandse Zaken persoonlijk beschouw als de mooiste denkbare wending in mijn politieke loopbaan. Als ik een uitgesproken flamboyante manier van uitdrukken zou hebben - quod non, laat ik mijn diplomaten maar meteen geruststellen - dan zou ik spreken van het vervullen van een levensdroom.

In de geschiedenis van de diplomatieke dagen is het niet de eerste keer dat een nieuwe minister zo snel na zijn aantreden zijn diplomaten toespreekt. Maar het is wel wat uniek dat deze op een zo snel rijdende trein moest springen. De eerste twee weken na mijn eedaflegging brachten me al naar bijeenkomsten van de NAVO-raad, van de Europese Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen, naar informeel overleg met de Europese collega-ministers en naar de Benelux-raad. Ik kon die eerste 14 dagen al in gesprek gaan met tal van mensen, onder wie ook mevrouw Rodham-Clinton, mevrouw Ashton en Richard Holbrooke. U merkt het, een diplomatieke trein met de allures van een "rollercoaster".

Ik besefte al snel dat die eerste hectische dagen symbool stonden voor razendsnel veranderende factoren die, zoals historicus Albert Kerstens opmerkte, het functioneren van de diplomatie ingrijpend beïnvloeden. Ik haal er maar enkele exemplatief aan, want dit is geen cursus: de economische crisis, het terrorisme-vraagstuk, Europese institutionele wijzigingen na Lissabon, ...

Zonder diplomatie zouden de betrekkingen tussen staten een stuk ingewikkelder verlopen. De politieke wetenschapper Toby Witte noemde diplomatie "de smeerolie waarover de internationale samenleving beschikt om geschillen te beslechten, zaken te doen, het milieu te beschermen, de internationale handel te bevorderen, internationale crises op te lossen, enzovoort." Werkt die smeerolie optimaal, of is ze aan verversing toe? Rijdt de diplomatieke trein op alle sporen snel genoeg? Stopt ze aan de juiste haltes? Doet ze het juiste bestemmingen aan?

Denk bijvoorbeeld aan de bestemming Europa. Het is over die Europese uitdaging dat ik het vandaag zeker ook wil hebben: over Europa in de wereld en over het Belgische voorzitterschap in de tweede helft van 2010.

2010 is voor mij, voor elk van u, voor ons allen het jaar van het Europese voorzitterschap. Laat daar vanaf vandaag geen twijfel over bestaan: niemand mag zich sussen met de gedachte dat die opdracht wel vanzelf zal worden uitgevoerd, dat anderen het werk wel zullen doen. Noch het Belgische posthoofd, dat onder het gezag van mevrouw Ashton belast blijft met lokale Europese coördinatie, noch de ambassadeur die in Brussel met 27 Lidstaten onderhandelt, noch de minister die een Raad voorzit, niemand kan zijn verantwoordelijkheid ontlopen.

Het is nog vroeg om een programma aan te kondigen, maar we zullen zeker werk moeten maken van een viertal grote groepen van thema's.

(1) Vooreerst de Europese economische situatie. Dit vraagstuk, in de breedste betekenis, zal in 2010 en 2011 ongetwijfeld hoog op de agenda blijven: het gaat over de relanceplannen, de exitstrategie uit de economische crisismaatregelen en uit de begrotingstekorten, het toezicht op de banksector, het monetair beleid van de Europese Centrale Bank, de stabiliteit en de stevigheid van de Eurozone. Tegen deze achtergrond moeten de strategie van Lissabon en de nieuwe financiële perspectieven volledig herzien worden. Uiteraard behoren de werkloosheid en de arbeidsmarkt ook tot deze "cluster" van thema's.

(2) Verder is het klimaatbeleid, met de eigen ambities van de Unie, de moeilijke haalbaarheid ervan in internationale onderhandelingen, de te verwachten vertraging in de uitvoering ervan, de band met een Europees transportbeleid en met de mogelijke weerslag daarvan op de fiscale systemen van de lidstaten.

(3) Ook de institutionele vraagstukken zullen op de voorgrond blijven tijdens ons voorzitterschap. Ik ben ervan overtuigd dat de installatie van de nieuwe instellingen, personen en procedures alleen tot de verhoopte oplossingen leidt, als dat ook gepaard gaat met een grotere politieke wil tot meer samenwerking tussen de lidstaten. We moeten ook waakzaam zijn voor een nieuwe versnelling in-zake de verdere uitbreiding van de Europese Unie: die moet wat ons betreft ook samengaan met grotere toenadering in de richting van Europese waarden en regels in hoofde van de kandidaat-lidstaten.

(4) Ten slotte moet in 2010 verder worden geijverd om meer Europese coherentie - sommigen zullen zeggen: een begin van coherentie - af te dwingen in belangrijke internationale vraagstukken. Ik zeg daar straks nog iets meer over.

Het Belgische voorzitterschap zal anders zijn dan de 11 voorgaande keren. Anders in relatie tot het Europees Parlement, anders in relatie tot de collega's in de Raad, anders op het internationale vlak. Alleen al de uitvoering van het Lissabonverdrag verandert het decor, en allicht ook de regie van ons werk, gevoelig.

Ik weet dat sommigen vrezen dat de nationale diplomatieën moeite zullen heb-ben om hun nieuwe plaats te vinden, in een context waar een deel van de taken Europeser worden ingevuld. In federale landen zoals het onze voegt zich daar trouwens nog het grotere zelfbewustzijn van de Gewesten aan toe, in het kader van de economische diplomatie. Ik ben ervan overtuigd dat territoriumangst geen juiste invalshoek is. Niet getreurd. Laten we onze energie steken in de succesvolle ondersteuning van de nieuwe personaliteiten, in het opbouwen van ver-trouwensrelaties met de nieuwe externe vertegenwoordigers, in de ambitie om tot betere collectieve resultaten te komen. Ik doe mijn deel, zonder franjes maar zakelijk, in de vaste wil om vooruitgang te boeken.

Sommigen zeggen dat het roterend voorzitterschap discreter zal zijn. Ik denk dat het vooral complexer zal zijn.

Op korte termijn wordt de toekomst van Europa niet gemaakt door alweer nieu-we institutionele initiatieven, maar door een nieuwe manier van politiek bedrijven met 27: door meer samenwerking en door versterking van de cohesie, van de Unie in het algemeen en van de Eurozone in het bijzonder.

Het komt er dus niet op aan om een 'onvindbare' groep van willige lidstaten op de been te brengen die vooruitloopt op de anderen. Wat we nodig hebben, dat zijn collectieve impulsen van de vijf nieuwe "groten" van de Unie: de perma-nente Voorzitter van de Europese Raad, de Commissievoorzitter, het roterend voorzitterschap, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk bui-tenlands en veiligheidsbeleid, en de Voorzitter van het Europees Parlement.

Dat betekent niet dat er geen impulsen kunnen uitgaan van de lidstaten - die blijven zeker belangrijk - maar die zijn maar nuttig, als ze worden gegeven in coördinatie met de nieuwe hoge verantwoordelijken en niet in rivaliteit met hen.

Het betekent ook niet dat er geen nuttig werk kan worden gedaan met "like-minded" collega's uit andere lidstaten. Leo Tindemans schrijft in het voorwoord van wat hij "Een politiek testament" heeft genoemd, dat er voor een Belgische Minister van Buitenlandse Zaken een vijftal zaken van groot belang zijn. Eén van die punten luidt: "België moet van de Benelux een essentieel punt van zijn politieke geloof maken." Het is geen toeval dat ik geen maand voorbij heb laten gaan vooral ik naar Den Haag en naar Luxemburg ben gegaan, om ook op dat vlak een goede vertrekbasis te leggen.

Maar het feit blijft dat de verdeling van de bevoegdheden tussen het Europese en het nationale niveau grotendeels zal blijven zoals die nu is, zoals trouwens ook de taakverdeling tussen Raad, Commissie en Parlement. De lidstaten gaan lange tijd geen risico meer nemen van een nieuwe moeizame verdragsonderhandeling over nauwere integratie. Pogingen om de nauwere integratie te forceren zouden immers zelfs stichtende leden van de Unie er kunnen toe bewegen om zich te verzetten tegen verdere bevoegdheidsoverdracht naar Europa.

Als de spelregels nu voor een tijd vastliggen, is het duidelijk dat de toekomst inhoudelijk zal worden gemaakt: het is op de substantie dat de vijf grote verantwoordelijken en ook België de activiteiten en de nieuwe mogelijkheden van het Lissabonverdrag moeten richten. Daarom heb ik, samen met staatssecretaris Chastel, vorige week een lange brief geschreven aan de voorzitter van het directiecomité en de hoge ambtenaren van ons departement, met werkplan en kalender om versneld inhoudelijk bezig te zijn met het werk van het voorzitterschap.

Inderdaad, vragen over de werking en de organisatie van de Europese Unie zijn van belang, maar de echte relevante kwestie is of die organisatie Europa helpt om antwoord te geven op de grote vragen in de wereld en of ze Europa wapent om mee te spelen in de herverdeling van de kaarten. "Wie in een tijd van mondiale verschuivingen en veranderingen zich blijft gedragen zoals in het verleden en zich al te bescheiden opstelt, moet er niet verwonderd over zijn dat ook anderen beslissen wat die veranderingen en verschuivingen voor hem zullen betekenen", zei de toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen tijdens de Nederlandse Ambassadeursconferentie 10 jaar geleden.

We moeten dus zeker nu de vraag stellen of de slogans, de "sales pitches" en de politiek modieuze thema's uit het verleden (ik denk aan het gelijkheidsteken tus-sen Europa en vrede, aan de etiketten van het "politieke" of "sociale" Europa, aan concepten zoals het "democratisch deficit") vandaag nog echt werkbaar kunnen bijdragen tot het collectieve Europees vermogen om de werelduitdagingen aan te pakken en om mee te spelen in de herverdeling van de kaarten.

Want de kaarten worden herschud. In vergelijking tot vroeger staan België en Europa in een veel grotere politieke economische en maatschappelijke competitie. Politieke leiders en bedrijfsleiders, scholieren en universitairen, onderzoeksinstituten, maar ook sociale zekerheidssystemen en politieke modellen worden vandaag vergeleken op wereldschaal en niet meer op nationale of buurlandenschaal. Die multilaterale competitie neemt de vorm aan van een politieke en economische strijd. De uitkomst is onzeker. Tegelijkertijd zullen de snelheid waarmee landen uit de economische crisis geraken - en de manier waarop ze dat zullen doen - sterk bepalen hoe de kaarten worden herverdeeld.

Tegen die achtergrond tekent zich de logische vraag af of die herverdeling van de kaarten leidt naar een betere multilaterale organisatie van de wereld. Opmerkelijk ook is dat anno 2009 Europa, voor het eerst, vragende partij is naar een instrument van wereldbestuur, "une gouvernance mondiale".

Het is een logische vraagstelling. Maar realistisch gesproken zal onze diplomatie nog voor een tijdje geconfronteerd worden met de co-existentie van twee multilaterale systemen.

Ten eerste het oude multilateraal kader van 1945, dat wil zeggen de UNO, de Wereldhandelsorganisatie en de marginaal hervormde Bretton Woods Instellingen (IMF + Wereldbank). België bekleedt daar sterke posities en die moeten we verdedigen. De voor de begroting 2010 genomen regeringsbeslissing betreffende de Belgische ontwikkelingshulp ("de 0.7%") zet ons natuurlijk in een goede diplomatieke positie in multilateraal kader.

Daarnaast is er het empirisch systeem van de "G", waarvan u de geschiedenis kent van G7 tot G20. Deze G20 symboliseert de toegeving van het Westen dat zij de wereld niet meer kan besturen zonder de opkomende economieën. Of die G20 de voorbode vormt van een beter wereldbestuur, blijft een open vraag.

Hoe gaan de zaken evolueren? Alle hypotheses staan nog open. Veel hangt af van de strategie en de machtsdrang van de hoofdrolspelers. Gaan de Verenigde Staten zich bijvoorbeeld willen opsluiten in een G2 met China? Dit ligt zeker niet in de traditie van de Amerikaanse diplomatie die meestal de handen wil vrijhouden en leiderschap wil uitoefenen, vandaag gelukkig samen met anderen.

Voor Europa en België blijven de relaties in de Atlantische wereld cruciaal. Nolens volens weegt Amerika nog altijd enorm door, niet alleen voor het bepalen van de Westerse politiek, maar ook voor het imago van het Westen en de manier waarop vele hoofdspelers met ons willen omgaan. Gaat de Amerikaanse president erin slagen om Senaat en Huis van Afgevaardigden, en dus ook Wall Street en de lobbyisten, gezondere financiële regels te doen aanvaarden die een begin van economisch herstel beveiligen? Gaat hij een ziekteverzekering voor 48 miljoen Amerikanen waarborgen, het schoolsysteem herzien, de schuldenlast van de gezinnen verminderen? Dat zou pas verandering betekenen, aantrekkingskracht vergroten en daardoor ook Europese winst opleveren.

Daarom vind ik het zo belangrijk dat president Obama kan slagen. En slagen mét Europa, een andere sterkhouder in het stellen van goede objectieven. Daarom vind ik het zo belangrijk dat hij zou opstappen op de trein van de groene economie en de groene groei. Daarom vind ik het belangrijk dat Europa, met meer concreet resultaat dan vandaag, Amerika helpt in zijn ondernemingen in het Midden-Oosten, Afghanistan, Pakistan, en dat we samen blijven optrekken in Iran. In die gebieden kan Europa alleen het verschil niet voldoende maken, maar het kan wel zijn efficiëntie verbeteren samen met de Amerikaanse partner.

China zal ongetwijfeld alles doen om de tweede macht in de wereld te worden of zelfs meer. President Obama stelde dat de relatie VS-China "will shape the 21st century". Maar wat is de aantrekkingskracht van dit land in de ruimere regio en in de wereld? Hoe zal het omgaan met de minderheden, met de eerbied voor de mensenrechten, de politieke modernisering, of de 2000 miljard dollar aan monetaire reserves waarover dit land in 2009 beschikte.

Dan zijn er nog India, Japan, het Brazilië van President Lula en ook Rusland dat ernstig wil genomen worden, zowel in de versie van Eerste Minister Poetin als in de versie van President Medvedev.

Ik zou willen vragen dat de Belgische diplomaten de strategie en de ingesteldheid van die landen nauwgezet blijven volgen om te zien hoe zij zich blijven positioneren tegenover de vragen voor een wereldbestuur, en om ons te informeren over de mogelijkheden van grotere coherentie in het optreden van de Unie.

Zoals u weet, heb ik zelf ook reizen aangekondigd in deze landen: Brazilië, In-dia, Japan, China, Verenigde Staten en Rusland.

Niet alleen is het tijdperk van Azië of de eeuw van Azië ingezet, maar ook het tijdperk of de eeuw van relativering van de Westerse macht. Het Westen, zelfs in een sterk trans-Atlantisch kader, is "omspeelbaar" geworden, en die beweging zal zich versnellen. Het volstaat te kijken naar de snelheid waarmede handelsakkoorden, industriële akkoorden, energieakkoorden worden afgesloten tussen China, Brazilië, ASEAN, India, China, Afrika enzovoort. Indien onze diplomatie de intenties van die landen goed blijft analyseren, weten we beter hoe omgaan met die snelle evoluties.

Voor België vormt Centraal-Afrika hierbij een bijzondere niche. Niet alleen in Europa maar ook ruimer, ik denk opnieuw aan de Verenigde Staten, rekent men op ons land om een bijzondere inbreng te leveren in dit dossier. Ik heb dat in mijn gesprekken met mevrouw Clinton duidelijk ervaren en we gaan daar tijdens mijn bezoek aan Washington verder over spreken. De normalisering van onze relatie met Kinshasa is en blijft een belangrijk gegeven omdat het een concrete dialoog van België met dit land mogelijk maakt en de basis biedt voor een brug-functie van België in de richting van Europa. Een correcte verhouding met de Congolese autoriteiten is van belang, al is het maar omdat België zo de kans krijgt om de ontwikkeling en het bestuur in dit land vooruit te helpen. De 50e verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid (30 juni 2010) zal ongetwijfeld een gelegenheid bieden om onze verhouding met Congo verdere diepgang te geven. Mijn komend bezoek naar de regio schrijft zich in deze logica en dient een bouwsteen te vormen van dit engagement op langere termijn.

Dames en heren, wij moeten natuurlijk ook bijzonder veel oog blijven hebben voor de dagelijkse strijd die ons bedrijfsleven levert om zich op de wereldmarkten staande te houden. Onze tewerkstelling en welvaart hangen grotendeels af van de exportcapaciteit van onze bedrijven en de investeringen die wij kunnen aantrekken. De verdediging van de Belgische economische belangen in het buitenland blijft een kerntaak van dit departement, ook in de komende jaren.

Natuurlijk doen we dat niet alleen. Veel instanties zijn erbij betrokken. Het re-geerakkoord wil een geconcerteerd optreden van de federale en gewestelijke diensten in landen buiten de EU, met respect voor de bevoegdheden van elkeen. Ook hier kan het samenwerkingsfederalisme nog sterker realiteit worden. Pragmatisch, maar ook met een klare afbakening van eenieders rol. Ik ben bereid om een "aggiornamento" te doen van het samenwerkingsakkoord. Iedereen moet er dan wel de juiste ingesteldheid voor hebben. Het is het resultaat dat telt. We gaan ons dan ook blijven inspannen opdat prinselijke en regionale handelsmis-sies, ministeriële bezoeken en staatsbezoeken, allerhande economische missies en specifieke opdrachten de gewenste economische resultaten opleveren.

Het is ook belangrijk dat we onze economische belangen verdedigen in multilaterale organisaties. Dat de Doharonde helaas nog niet afgerond is, kan Europa niet meer aangerekend worden. Samen met de nieuwe Europese Commissaris voor Handel zullen we blijven ijveren voor de succesvolle afronding van de ontwikkelingsronde, maar ook concrete stappen zetten voor de afsluiting van regionale en bilaterale vrijhandelsakkoorden die onze exportcapaciteit versterken.

Naast de economische diplomatie wint ook het consulaire werk zienderogen aan belang in de bilaterale relaties, zeker met landen buiten de Europese Unie. Het is voor ons departement ook uitgegroeid tot een zeer belangrijk uithangbord van een goed functionerende dienstverlenende instantie. Naarmate de globalisering intensiever om zich heen grijpt, groeien ook de aanwezigheid en belangen van onze landgenoten in andere landen, tot in de verste uithoeken van de wereldbol.

Zoals ik vorige week onderstreepte, naar aanleiding van de veilige terugkeer van drie landgenoten die maandenlang vastzaten in Iran, hecht ik groot belang aan de consulaire werking van ons departement en van onze posten in het buitenland. Een discrete, maar daarom niet minder hardnekkige aanpak van consulaire problemen lijkt me vaak de aangewezen en efficiënte werkwijze te zijn.

Naast de behandeling van individuele consulaire dossiers vraag ik u om actief oog te hebben voor tendensen die u in uw consulaire werking vaststelt. Onze posten bevinden zich in de eerste lijn om verschijnselen zoals migratiefraude en lacunes of deficiënties in de Schengen-arrangementen en dergelijke vast te stellen. Ik nodig u dan ook uit om informatie aan te reiken die kan bijdragen tot de reflectie en beleidsvorming hierover. Denk maar aan nieuwe ontwikkelingen zoals de invoering van de biometrische captering van gegevens bij visum- en paspoortaanvragen. We moeten de ambitie koesteren dat ons Belgisch consulair netwerk een voortrekkersrol zou innemen bij dit soort van moderniseringen.

Dames en heren, natuurlijk verwacht u van mij ook enkele overwegingen over de nieuwe Europese Externe Actiedienst. De toekomst van uw consulair en economisch werk, hangt trouwens ook mee af van de toekomstige ontwikkeling van de Europese diplomatie en de oprichting van de Externe Actiedienst. Er wordt gezegd dat U allemaal erg geïnteresseerd bent in die dienst!

Ons land moet behoren tot die groep die een succes wil maken van de Europese diplomatieke dienst. Onze houding moet positief zijn, proactief en niet defen-sief. Daarom hecht ik groot belang aan het tot stand brengen van een vertrou-wensrelatie met Mevrouw Ashton. Ik zou willen dat U hetzelfde doet met de Europese vertegenwoordigers in uw rechtsgebied. Daarom is het ook belangrijk dat wij aan eerste inhoudelijke resultaten of zelfs successen van de Externe Actie dienst denken. Dit is mijn eerste principiële uitgangspunt.

Het tweede filosofisch punt is dat we meer moeten nadenken over de complementariteit tussen nationale en Europese diplomatie om te identificeren waar de "win wins"- zitten, en waar de toekomstige aanpassingen van het nationale ap-paraat nodig zijn. Ik spoor u aan om daarover na te denken, zodat wij ontwikkelingen mee kunnen aansturen, in plaats van ze te ondergaan.

Ten derde moeten we een goed nationaal rekruteringssysteem organiseren dat afgestemd is op het Europese rekruteringssysteem, dat het aspect van de vor-ming goed integreert en dat gebaseerd is op het beginsel van de juiste persoon op de juiste plaats. Daarbij moeten wij onze eigen troeven uitspelen. Ik denk als Brusselaar en wereldburger in de eerste plaats aan onze talenkennis, die trouwens verder kan bevorderd worden via eigen vormingsinspanningen.

Tot zover de filosofie. Maar waar staan we vandaag? Nog maar aan het begin van een proces. Mevrouw Ashton heeft weinig ondersteuning gekregen bij haar indiensttreding. We staan ook maar aan het begin van een overschakeling van nationaal naar Europees niveau. De huidige periode is een overgangsperiode. De arrangementen tussen de Commissie en het Spaanse Voorzitterschap zijn voorlopig. We weten ook dat de bestaande afspraak om tot een beslissing te komen over de oprichting van de diplomatieke dienst voor eind april 2010, behouden blijft. Indien het objectief is om het geheel van de functies in Brussel en in het postennetwerk van de Commissie over te hevelen naar het Europees niveau, dan kunnen wij als lidstaat en inkomend Voorzitterschap, niet passief blijven.

Ik heb in mijn gesprekken met Catherine Ashton in elk geval al sterk de nadruk gelegd op de imperatief dat haar dienst maar legitimiteit kan verwerven, als ze er ook op toeziet dat de lidstaten een sterk gevoel van "ownership" hebben ten aanzien van de Externe Actiedienst.

Geachte Posthoofden, dames en heren,

Mevrouw Ashton zei me onlangs, "the beginning has begun". Die uitspraak sloeg op de Externe Actiedienst. Maar ik neem ze graag over voor mezelf als nieuw Minister, maar ook voor U, als operatoren van het huis, als actievoerders van ons voorzitterschap. Als u mijn tussenkomst begrijpt als een algemene mobilisatie-oproep, uiteraard in de meest nobele betekenis van het woord, dan weet ik dat u zeer goed heeft geluisterd.

Nog een laatste opmerking. Ook in mijn functioneren als minister zal ik de kracht van het luisteren aanwenden. Ik heb het gevoel dat die kracht vandaag schromelijk wordt onderschat. Maar ik stel vast dat het niet met gesticuleren of met megafoondiplomatie is dat een Belg vandaag permanent voorzitter van de Europese Raad is geworden, dat netelige consulaire dossiers tot de opluchting van Belgische families kunnen worden opgelost, dat dialogen terug worden opgestart. Voor wie houdt van concrete resultaten en duurzame posities in de internationale arena, is dat een bijzonder leerrijke vaststelling.

Dank voor uw aandacht, en vooral voor de inspanningen die u zich in het komende jaar zult willen getroosten om van de buitenlandse politiek van ons land een succes te helpen maken.

Het gesproken woord geldt

Recente foto's

.
 .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Zoeken