Toespraak voor de 13e sessie van de Mensenrechtenraad - Genève, 1 maart 2010

01-03-2010

Mijnheer de Voorzitter,
Mevrouw de Hoge Commissaris,
Excellenties,
Dames en heren,

Vooreerst wens ik mij, in naam van de Belgische regering, te associëren met diegenen die hun gevoelens van sympathie en medeleven hebben uitgesproken met de Chileense bevolking die lijdt onder de gevolgen van de recente aardbeving.

Het is voor mij een eer om aanwezig te zijn bij de opening van de dertiende zitting van de Mensenrechtenraad en de gelegenheid te hebben om, als Minister van Buitenlandse Zaken van België, met u mijn visie te delen over de bescherming en bevordering van de mensenrechten en de centrale rol die Mensenrechtenraad hierbij vervult.

Het engagement van België om deze jonge instelling ten volle te  ondersteunen is de reden waarom mijn land zich inzet als lid van de Raad en de reden waarom ik u vandaag nogmaals wil danken voor de verkiezing van de Belgische Permanent Vertegenwoordiger tot uw Voorzitter.

Mensenrechten zijn universeel, ondeelbaar en gemeenschappelijk aan alle regio’s en culturen ter wereld. Zij zijn vastgelegd in de Universele Verklaring over de Rechten van de Mens en de daaropvolgende Mensenrechtenverdragen. Alle lidstaten van de Verenigde Naties zijn het engagement aangegaan om de mensenrechten na te leven, te beschermen en te bevorderen. Behoort de wens om niet opgesloten of gemarteld te worden, of als persoon een volwaardig leven uit te bouwen, gevoed en gehuisvest te zijn, immers niet tot de universele natuur en waardigheid van ieder mens?

***

De Universele Verklaring is de meest vertaalde tekst ter wereld. Het is onze gemeenschappelijke taak om er effectief uitvoering aan te geven, zowel multilateraal en regionaal als nationaal. Reeds in een van zijn eerste jaarrapporten heeft Amnesty International onderlijnd dat: ‘Until such time as every government observes every Article of the Universal Declaration it will remain a symbol of our potentialities and an indictment of our failures’.  Onze zorg om de mensenrechten moet verder gaan dan woorden en plechtige verklaringen. Mensenrechten verdienen meer dan lippendienst van diplomaten en politici. Onze zorg om de mensenrechten moet ook een kwestie zijn van daden en de uitvoering van onze beloften en verplichtingen.  

De creatie van de Mensenrechtenraad en het instrumentarium waarover de Raad beschikt, was een belangrijke stap naar meer effectiviteit, meer doeltreffendheid in de bescherming en de promotie van mensenrechten. Ik wil alle leden van de Raad, nu en later, oproepen in deze richting verder te werken.  
Met dit doel voor ogen moeten we bereid zijn de beschikbare instrumenten kritisch te bekijken en gezamenlijk na te gaan hoe we ze effectiever kunnen maken. In het mensenrechtenbeleid moeten “benchmarking” en “review” sleutels zijn voor concrete resultaten.

Een belangrijk instrument in de beoordeling van mensenrechtensituaties is inderdaad het ‘Universeel Periodiek Onderzoek’ (‘Universal Periodic Review’). We moeten ervoor zorgen dat de aanbevelingen van dit mechanisme beter geïmplementeerd en opgevolgd worden. De “Bijzondere Procedures” en “Onafhankelijke Experten” zijn de “ogen en oren” van de Raad. Zij dienen autonoom en objectief hun werk te kunnen doen. Het instrument van de klachtenprocedure blijft de belangrijkste toegang voor slachtoffers van mensenrechtenschendingen naar de Raad toe en de Verdragscomité’s zijn een onontbeerlijke bron van expertise. De samenwerking met het Bureau van de Hoge Commissaris voor Mensenrechten dient in complementariteit te gebeuren en te zorgen voor een versterking van onze activiteiten.

***

Het succes van de Mensenrechtenraad hangt af van ons gezamenlijk engagement en onze gedeelde verantwoordelijkheid om het mandaat uit te voeren dat de Algemene Vergadering ons heeft verleend. De Raad moet zich kunnen buigen over alle mensenrechtenaangelegenheden en –situaties, waar ze zich ook voordoen. In dit verband deed Professor Françoise Hampson de volgende terechte en pertinente uitspraak: ‘Silence is the best friend of States that violate Human Rights’.

Ik heb zojuist gepleit voor meer effectiviteit van ons mensenrechtenbeleid. Maar laten we daarbij de universaliteit niet uit het oog verliezen. Een pleidooi voor universele mensenrechten verliest geloofwaardigheid en slagkracht als we er selectief mee omgaan. Ook wanneer landen partners zijn – strategisch, economisch of anderszins – moeten zij open kunnen staan voor een wederzijdse en desgevallend kritische dialoog  over mensenrechten.  ‘We must avoid falling back on regional reflexes’, zoals daarnet terecht werd aangehaald door Mevrouw de Hoge Commissaris.

Op gelijkaardige manier zou ook de geloofwaardigheid van de Mensenrechtenraad zwaar op de proef worden gesteld als we er niet in slagen specifieke landensituaties of thematische dossiers op een open en respectvolle wijze binnen de Raad te bespreken.

***

Onze inzet voor de waardigheid en de rechten van ieder mens ligt niet alleen in ons pleidooi en onze inzet voor een effectieve Raad, maar ook in onze nationale prioriteiten. Ik bevestig het Belgische engagement voor de strijd tegen alle vormen van discriminatie zonder onderscheid. Onze actieve deelname aan de onderhandelingen over de Verklaring en het Actieprogramma van Durban in 2001 en de Durban-herzieningsconferentie vorig jaar is daarvan getuige. Wij steunen de werkzaamheden van Hoog Commissaris mevrouw Pillay op dit terrein. We waarderen ten zeerste dat zij de strijd tegen alle vormen van discriminatie in haar strategisch plan voor de volgende twee jaren heeft opgenomen.

De strijd tegen discriminatie kent niet alleen successen. We moeten op de hoede zijn voor evoluties die achteruitgang betekenen. In die optiek moet onder andere de tendens tot criminalisering van seksuele geaardheid in bepaalde landen onze bekommernis zijn.

We hopen dat deze zitting van de Raad gepaste antwoorden zal vinden op de conclusies van de Durban-herzieningsconferentie die vragen om actie tegen intolerantie en oproepen tot haat. Alle vormen van discriminatie, racisme en haat zijn schendingen van de universele mensenrechten. Staten moeten hierbij streven naar evenwicht tussen het recht op vrije meningsuiting en de religieuze vrijheid.

***

Van het thema “strijd tegen discriminatie” wil ik gebruik maken om een prioriteit van de Belgische buitenlandse politiek te onderstrepen, met name gender en vrouwenrechten. Dit jaar vindt de tiende verjaardag plaats van de VN-Veiligheidsraadsresolutie 1325 over Vrouwen, Vrede en Veiligheid. Wij moeten deze gelegenheid aangrijpen om een nieuw momentum te geven aan deze thematiek en werk te maken van de verbetering van de mensenrechten van vrouwen in gewapend conflict. Ik wil hier graag de woorden van voormalig VN-Secretaris-Generaal Kofi Annan aanhalen; hij zei dat vrouwen als geen ander de tol van conflicten kennen, en dat vrouwen beter in staat zijn dan mannen om conflicten te voorkomen en op te lossen. We zullen de vrede en de mensenrechten in grote mate bevorderen als we erin slagen de rol van vrouwen te versterken bij de beslissingen en de acties rond vredeshandhaving en wederopbouw na conflicten.

In het kader van het Belgisch Voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van dit jaar willen wij met enkele evenementen – in Brussel, Genève en New York – de tiende verjaardag van Resolutie 1325 in het voetlicht plaatsen, met aandacht voor de drie pijlers van de resolutie, met name protectie, preventie en participatie.

Dit jaar is er ook de dertigste verjaardag van het VN-Vrouwenrechtenverdrag. Ik wil bij die gelegenheid alle lidstaten oproepen hun reserves bij dit verdrag te herzien opdat het verdrag zijn volledige uitwerking kan krijgen.

Een derde belangrijke verjaardag dit jaar betreft het Verdrag voor de Rechten van het Kind, dat twintig jaar geleden werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Hiermee heeft de internationale gemeenschap erkend dat kinderen, zowel jongens als meisjes, individuele dragers zijn van mensenrechten, en bescherming, respect en verzorging verdienen. Het belang van het kind dient steeds voorop te staan; geen enkel kind mag gediscrimineerd worden. Kinderen hebben het recht gehoord te worden in elke aangelegenheid die hen aanbelangt. Dit Verdrag is een belangrijke stap vooruit. Toch moeten we vandaag vaststellen dat onrecht tegen kinderen blijft bestaan in de vorm van geweld, seksueel misbruik en uitbuiting, handel in kinderen en kinderarbeid, en discriminatie tegen meisjes, gehandicapte kinderen en kinderen uit minderheidsgroepen.

We kijken uit naar het debat in de Raad over een Optioneel Protocol bij het Verdrag, dat een individuele klachtprocedure zou instellen voor schendingen van de kinderrechten. België steunt de groeiende consensus om dit instrument te ontwikkelen.

***

België kijkt ook uit naar een open debat met de rapporteurs van de Raad bevoegd voor antiterrorisme, foltering en willekeurige opsluiting. Het is immers een taak van de Mensenrechtenraad om onze gemeenschappelijke strijd tegen terreurdaden te plaatsen binnen het kader van de naleving en de bescherming van de mensenrechten. Vrijheid en veiligheid zijn geen tegengestelde doelen of waarden. Ze zijn complementair en wederzijds versterkend.

Het is juist door een effectieve bestrijding van het terrorisme, met volledig respect voor de universele mensenrechtenstandaarden, dat een rechtstaat zijn interne en externe veiligheid kan versterken. Zware schendingen van de mensenrechten ten voordele van veiligheidsoogmerken op korte termijn riskeren de fundamentele waarden van onze samenleving en onze gemeenschappelijke weerbaarheid tegen de terroristische dreiging te ondermijnen.

***

Mijnheer de Voorzitter,
Mevrouw de Hoge Commissaris,
Excellenties,
Dames en heren,

Ik wil mijn tussenkomst niet afsluiten zonder de betrokkenheid van de civiele maatschappij bij de realisatie van onze doelstellingen te vermelden en toe te juichen.  

Staten dragen de eerste verantwoordelijkheid voor het respect van de mensenrechten van hun burgers.  Staten moeten hierbij de niet-gouvernementele organisaties, die opkomen voor de mensenrechten, als partners zien. De gewezen Voorzitter van de Raad, Ambassadeur Uhomoibhi, noemde hen zelfs de “Constituency of the World”. 

De Mensenrechtenraad kan alleen effectief zijn door ook naar hen te luisteren en hen te betrekken bij zijn werkzaamheden.
De bescherming en promotie van de mensenrechten moeten ons allen mobiliseren. Het moet een gemeenschappelijke taak uitmaken die regionale en politieke lijnen overschrijdt, in een oprechte en open dialoog.

Ik dank u voor uw aandacht.

Het gesproken woord geldt

Recente foto's

Nationale Feestdag Défilé - 21 juli 2010
.
.
.
.
.
.
.
.

Zoeken