Duurzame Ontwikkeling

19-01-2012

Duurzame ontwikkeling is erop gericht om ervoor te zorgen dat de huidige generatie erin slaagt om in haar behoeften te voorzien zonder de volgende generaties te verhinderen om, op hun beurt, in hun behoeften te voorzien. In die zin is duurzame ontwikkeling een integraal beleidsdomein. Het gaat om de inspanningen binnen verschillende beleidssectoren met het oog op het bereiken van gemeenschappelijke overkoepelende doelstellingen.

Het federaal beleid inzake duurzame ontwikkeling vindt zijn grondslag in de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling. Deze wet stelt een klassieke beleidscyclus ofwel een “plan-do-check-act”-cirkel in: plannen, ageren, evalueren en reageren met een nieuw plan. Deze wet werd in de afgelopen legislatuur aangevuld met een langetermijnvisie voor duurzame ontwikkeling die deze cyclus (ook wel “strategie” genoemd) richting geeft. Via deze wet werd ook het bestaan van een beleidsvoorbereidende administratie (POD Duurzame Ontwikkeling) erkend.

De Minister van Duurzame Ontwikkeling regeert niet alleen. Uitgezonderd wat zijn eigen bevoegdheden betreft, heeft hij geen afzonderlijk initiatiefrecht. Hij is gedwongen tot samenwerking en dan inzonderheid met de regeringsleden bevoegd voor leefmilieu, energie, mobiliteit en ambtenarenzaken.

Wettelijke opdrachten

De Minister van Duurzame Ontwikkeling zal als gevolg van de timing die de voornoemde en in 2009-2010 herziene wet van 5 mei 1997 bevat, volgende beleidsbeslissingen kunnen voorleggen aan de Ministerraad in de loop van de periode 2012-2014:

  1. de aanname van een (federale of nationale) langetermijnvisie inzake duurzame ontwikkeling;
  2. de aanname van een vijfjarig federaal plan inzake duurzame ontwikkeling
  3. de aanname van uitvoeringsbesluiten rond ex-anteimpactanalyse van beleid (onder de vorm van een “duurzame-ontwikkelingseffectbeoordeling” ofwel DOEB).

 

Duurzame ontwikkeling in het Regeerakkoord

Er staan verschillende passages over duurzame ontwikkeling in het regeerakkoord:
1.    In het hoofdstuk over de transitie van onze economie naar een duurzaam groeimodel (zijnde het hoofdstuk over de bevoegdheidsdomeinen “energie en leefmilieu”):

  • “In het licht van de Conferentie Rio+20 zal de federale regering de Gewesten uitnodigen om samen een nationale strategie voor duurzame ontwikkeling uit te werken. Deze zal een langetermijnvisie omvatten, zoals de wet van 5 mei 1997 vooropstelt.”
  • “De federale overheid zal de investeringen in energiebesparingen in federale overheidsgebouwen maximaliseren en rationaliseren en de mobiliteitsplannen voor ambtenaren optimaliseren.”
  • “Het gebruik van sociale en ecologische clausules zal verder versterkt worden bij alle overheidsopdrachten en bij het beheer van overheidsmiddelen.”
  • “Op basis van een duurzameontwikkelingseffectbeoordeling en een aanpassing van het bestaande subsidiemodel voor hernieuwbare energie in de Noordzee zal de regering een beslissing nemen over de afbakening van een nieuw gebied voor windenergie in de Noordzee.”

2.    In het hoofdstuk over de overheidsdiensten en overheidsbedrijven:

  • “Elke federale overheidsdienst moet een duurzame sociaal balans opstellen waarvan de nadere regels door de regering zullen worden vastgelegd.”

3.    In het hoofdstuk over het buitenlands en Europees beleid:

  • “België zal zich voor een duurzame ontwikkeling van Europa inzetten, met als uitgangspunten een evenwichtige economische groei, een zeer competitieve sociale markteconomie die volledige tewerkstelling beoogt en sociale vooruitgang als doel heeft, en een hoge graad van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu.”

 

Beleidsintenties

Minister Vanackere wil zin beleid enten op volgende uitgangspunten:

  • werken met concrete en ambitieuze beleidsdoelstellingen
  • de werking van de federale overheid moet een voorbeeld zijn inzake duurzaamheid
  • duurzame ontwikkeling dient in alle beleidsdomeinen geïntegreerd te worden.

In een nieuw federaal plan zal een visie inzake duurzame ontwikkeling voor de komende twintig jaar uitgewerkt worden. Om de doelstellingen van duurzame ontwikkeling in alle beleidsdomeinen toe te passen, voorziet de minister in beleidsinstrumenten die nieuwe beleidsmaatregelen op hun duurzaamheid testen. De minister zal ook pogen om deze doelstellingen internationaal ingang te doen vinden op de VN-Conferentie Duurzame Ontwikkeling in Rio de Janeiro.

“Ambitieuze plannen mogen echter niet in de kast verdwijnen.” waarschuwt minister Vanackere. Beleidsdoelstellingen moeten vertaald worden in beleidsdaden. Daarom wil minister Vanackere met tastbare en meetbare initiatieven op vlak van interne milieuzorg, mobiliteit, voeding en overheidsaankopen de duurzaamheidsreflex in de federale overheid verankeren. Zo wordt er werk gemaakt van energie-efficiëntie in overheidsgebouwen, een duurzaam mobiliteitsplan, strengere CO2-normen voor wagens van de overheid en strikte duurzaamheidscriteria bij overheidsaankopen. Hiermee wil de minister het energie-, brandstof- en waterverbruik van de federale overheid drukken. Duurzaam werken betekent dus ook duurzaam besparen. In die zin is duurzame ontwikkeling niet tegengesteld aan een beleid in een crisisperiode. ‘Crisissen houden ook kansen in”, laat de minister verstaan “het wordt gemakkelijker om af te stappen van gewoontes die niet duurzaam zijn.”

De minister gelooft dus in een beleid met ambitieuze doelstellingen en concrete (stapsgewijze) actie. Het is in de actie, in het handelen dat gewoontes ontstaan en dat gedragsverandering gerealiseerd wordt. Duurzame ontwikkeling moet een onderwerp van gesprek worden, zegt de minister, zowel in wat gerealiseerd werd als in wat (nog) niet gerealiseerd werd.

Gezien de verspreiding van de bevoegdheden in ons land over verschillende overheden is overleg binnen het interministerieel comité geboden.

 

 

ALGEMENE BELEIDSNOTA

BijlageGrootte
Algemene Beleidsnota Duurzame Ontwikkeling88.99 KB

Recente foto's

.
 .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Zoeken