Opa en oma bestaan niet meer

17-10-2009

Vandaag kreeg ik veel reacties na een toespraak voor de Gezinsbond.

Ik moet een gevoelige snaar hebben geraakt met mijn overwegingen over grootouders. Ik vertelde dat onze samenleving de vergrijzing niet alleen in budgettair of macro-economisch opzicht slecht voorbereidt, maar ook en misschien vooral in menselijk opzicht. Onze waardering voor mensen (de waarde die we aan iemand hechten) is zo sterk vertaald in economische productiviteit, dat we het hebben afgeleerd om nog een dringend beroep te doen op wie niet meer economisch presteert. Na het pensioen mag een mens "zijn zin doen". Maar wat wil dat zeggen? Vergeten we niet dat die zin vaak ligt in wat iemand voor een ander kan betekenen?

Het beeld van de zestiger is compleet veranderd in 50 jaar tijd. Tussen het ogenblik dat Paul McCartney "When I am sixty four" verzon en nu, is de levensverwachting in ons land met meer dan vijtien jaar toegenomen. Opa en oma die thuis wachten tot er nog eens een kleinkind langskomt, bestaat niet meer. Bij sommigen moet het kleinkind in de agenda worden ingeschaald, tussen workshop, uitstap, bestuurdersverantwoordelijkheid en vrijwilligerswerk. Bij anderen komt er niemand langs. Ons land kent hoge suïcidecijfers, niet in het minst bij senioren. Een mens is niet gemaakt om zich nutteloos te voelen.

Recente foto's

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Zoeken