Toespraak van Steven Vanackere tot de 66ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties - New-York, 24 september 2011

24-09-2011

Mijnheer de Voorzitter,
Mijnheer de Secretaris-Generaal,
Geachte Leden van de Algemene Vergadering,
Dames en Heren,

Vorig jaar stond ik op dit podium om het belang te benadrukken van het principe van ‘accountability’, van het afleggen van verantwoording. Dit jaar is er nog meer reden om deze kernwaarde in de nationale en internationale politiek in de verf te zetten.

In verschillende landen van de Arabische wereld, in Tunesië, Egypte, Marokko, Libië, Syrië, Jemen en elders komen mensen op straat om de maatschappij waarin ze leven een ander gezicht te geven. Ze vragen daarbij meer verantwoordelijk leiderschap.

Op het Afrikaanse continent, in Ivoorkust, kon een leider die zijn land herhaaldelijk in geweld stortte de test van democratische legitimiteit niet doorstaan. Nu, met het vooruitzicht op parlementaire verkiezingen later dit jaar is Ivoorkust klaar voor een nieuwe start.

En in Europa bevestigt de arrestatie van Ratko Mladic wat leiders maar al te goed zouden moeten weten: dat oorlogsmisdaden niet ongestraft blijven. Dat deze wereld geen straffeloosheid zal aanvaarden.

Het voorbije jaar toonde dus aan dat de Geschiedenis meer dan ooit aan de kant staat van diegenen die, wereldwijd, streven naar meer ‘accountability’. Ook België staat aan hun zijde.

‘Accountability’ heeft eerst en vooral een juridische draagwijdte. Het houdt de verplichting in om internationale verdragen te implementeren en het internationaal recht te respecteren. Volgens de gewezen Nuremberg-procureur Benjamin Ferenz ‘kan er geen vrede zijn zonder gerechtigheid, geen gerechtigheid zonder recht en geen betekenisvol recht zonder een rechtbank die beslist wat in een bepaald geval rechtvaardig en wettig is’.

Enkele van de voorbeelden die ik zopas gegeven heb, illustreren dit maar al te goed. Ratco Mladic wordt berecht in Den Haag. De massamoorden in Ivoorkust en Libië zijn doorverwezen naar het Internationaal Strafhof.

Vanop deze plaats wil ik een sterke oproep lanceren aan alle lidstaten die dit nog niet gedaan hebben om toe te treden tot het Internationaal Strafhof en deze instelling ten volle te ondersteunen. Hoe groter het draagvlak is voor deze nog jonge instelling, hoe duurzamer en verantwoordelijker de internationale rechtsorde immers wordt.

‘Accountability’ is natuurlijk meer dan enkel een juridisch concept. Het heeft ook een sterke politieke connotatie. Regeringen, politici, ambtenaren zijn verantwoording verschuldigd aan ‘hun’ burgers, via verkiezingen of door een constructief engagement met organisaties van vertegenwoordigers van de civiele maatschappij.

Laat me duidelijk zijn: dit is ook een uitdaging op het continent waar ik vandaan kom, Europa. Wij, als Europese leiders, mogen onze plicht niet ontvluchten om verantwoording af te leggen tegenover de mensen die we vertegenwoordigen. En in de geest van Durban wil ik er onmiddellijk aan toevoegen: alle mensen, zonder enige discriminatie, ongeacht hun etnische achtergrond, hun religie of overtuiging, hun geslacht, hun sexuele voorkeur of sociale positie.

Op wereldvlak zijn de uitdagingen vaak van een wat andere orde. Maar laat ons ook hier duidelijk zijn:

Leiders die geloven dat ze zich kunnen vastklampen aan de macht door terreur en onderdrukking vergissen zich schromelijk;

Leiders die geloven dat ze hun geweren kunnen richten op hun eigen volk, dat ze doodseskaders op de straten kunnen sturen, dat ze vrouwen kunnen stenigen tot de dood erop volgt, hebben hun menselijkheid verloren. Ze zullen onvermijdelijk ook de steun van hun volk en van de wereldgemeenschap verliezen.

Krijgsheren die denken dat ze kunnen wegkomen met sexueel misbruik van vrouwen of met het recruteren van kindsoldaten moeten gestopt worden. Ze moeten ter verantwoording worden geroepen door een verenigde en vastberaden internationale gemeenschap.

België zal niet vanaf de zijlijn toekijken wanneer mensen een toekomst opeisen vrij van dwang en terreur. Voor België heeft het principe van ‘non-indifference’ voorrang op het principe van ‘non-interference’. Soevereiniteit is niet langer een muur waarachter leiders zich kunnen verschuilen om de rechten van hun burgers met de voeten te treden. Soevereiniteit kan niet worden gebruikt als een excuus om weg te lopen van hun verantwoordelijkheid om hun bevolking te beschermen.

Dát is een van de belangrijkse lessen die ik trek uit de recente gebeurtenissen in de Arabische wereld: dat democratie en ‘accountability’ een universele draagwijdte hebben. Dat ze niet kunnen en mogen worden opgeëist door één natie of groep van naties.

Kijk naar Libië, waar de Veiligheidsraad een slachtpartij in Benghazi heeft kunnen voorkomen. België heeft beslist, met de nagenoeg unanieme instemming van zijn parlement, om deel te nemen aan de militaire operatie ‘Unified Protector’, met alle kosten en risico’s die daarbij horen.

Omdat we ervan overtuigd zijn dat de internationale gemeenschap de verantwoordelijkheid heeft om in actie te treden wanneer een bevolking rechtstreeks bedreigd wordt. Molière zei het al: ‘We zijn niet alleen verantwoordelijk voor wat we doen, maar ook voor wat we niet doen’.

Nu de onmiddellijke dreiging voor de burgerbevolking geleidelijk afneemt, heeft diezelfde internationale gemeenschap de verantwoordelijkheid om Libië bij te staan in zijn wederopbouw. Een ‘Responsibility to Assist’ die – we kunnen het niet genoeg herhalen – integraal deel uitmaakt van het concept ‘Responsibility to Protect’. Ook België zal bijdragen tot die wederopbouw.

Kijk naar de rest van het Afrikaanse continent, waar de bevolking eist dat er naar haar geluisterd wordt, via vrije en rechtvaardige verkiezingen.

In dat verband wil ik uitdrukkelijk verwijzen naar de Democratische Republiek Congo, waar na jaren van geweld ontegensprekelijk vooruitgang is geboekt.

De belangrijke rol van de Verenigde Naties, en van MONUSCO in het bijzonder, kan niet worden ontkend. Er resten nog belangrijke uitdagingen: het stabiliseren van de situatie in Oost-Congo, de hervorming van de veiligheidssector, de opbouw van de rechtsstaat, de strijd tegen straffeloosheid en sexueel geweld…

Het zijn stuk voor stuk essentiële elementen van democratische wederopbouw. De verkiezingen van 2006 hebben de DRC op de weg naar democratie gezet. De verkiezingen van eind november moeten de bevestiging brengen dat de DRC in staat is om, eens en voor altijd, haar bloedig verleden achter zich te laten.

Als belangrijke partner van de DRC ondersteunt mijn regering de voorbereidingen van de verkiezingen, en dringt ze erop aan dat alle kandidaten en alle burgers eraan kunnen deelnemen, op een vreedzame manier en met het volle respect voor de democratische regels.

Kijken we tot slot naar het Midden-Oosten, een conflictgebied dat deze week, hier in deze zaal, ruim in de belangstelling stond. Dag Hammarskjold, aan wie deze week is opgedragen en die zelf veel inspanningen heeft geleverd om in de regio een duurzame vrede tot stand te brengen, zei meer dan een halve eeuw geleden: ‘het bouwen van een stevige brug waarover men zonder probleem kan lopen, kan een werk van lange adem zijn’.

Vijftig jaar later hebben we nog steeds geen ‘stevige brug’. Dit is niet aanvaardbaar. De parameters van een duurzame oplossing zijn goed gekend. Zowel het Palestijnse als Israëlische volk heeft legitieme aspiraties. Mensen willen leven in een staat. Mensen willen leven in vrede en veiligheid. Die boodschappen hebben President Abbas en Eerste Minister Netanyahu ons gisteren gebracht. Het moet mogelijk zijn aan beide wensen tegemoet te komen.

De voorbije maanden hebben de Europese Unie en diens Hoge Vertegenwoordiger geen enkele moeite gespaard om een onderhandelingsproces op gang te trekken. Er is geen alternatief voor onderhandelingen, hoe moeilijk en riskant dat pad ook moge zijn. Daarom hoop ik ten stelligste dat de voorstellen die het Kwartet gisteren gedaan heeft volledig zullen worden gevolgd.

Het is ook duidelijk dat de Palestijnse Autoriteit een succesvolle weg naar een eigen onafhankelijke staat heeft afgelegd, onder meer dankzij de belangrijke en volgehouden steun van Europa en België, en dat het nu een niveau van staatsontwikkeling heeft bereikt waar de wereld niet omheen kan.

De tijd is gekomen om leiderschap te tonen. Het gaat immers bovenal om een zaak van ‘accountability’ tegenover de bevolking van de regio.

Mijnheer de Voorzitter, geachte delegatieleden,

Velen vóór mij hebben het al gezegd: de mondiale uitdagingen waarvoor we staan zijn erg divers: van terrorisme tot klimaatswijziging en duurzame ontwikkeling – en de Rio+20 Top die eraan komt zal in dat verband veel energie en creativiteit van ons vragen.

Van financiële onrust tot de verschrikkelijke humanitaire tragedies zoals in de Hoorn van Afrika.

Van een verbod op clustermunitie tot het inperken van nucleaire proliferatie, in het bijzonder in Noord-Korea en Iran.

Van het garanderen van een verantwoordelijke en transparante ontginning van natuurlijke rijkdommen via onder meer het Kimberley Proces, tot de volledige implementatie van de indicatoren van de baanbrekende resolutie 1325 over Vrouwen, Vrede en Veiligheid.

Voor België kunnen deze uitdagingen alleen maar worden aangepakt via een multilaterale aanpak.

Geen enkel land, hoe groot of belangrijk ook, is in staat deze mondiale uitdagingen alleen aan te gaan. Geen enkel land, hoe bescheiden in omvang ook, mag denken dat het geen deel van de oplossing kan zijn.

Multilateralisme is niet gericht op het blokkeren van oplossingen. Integendeel, het moet tot verandering leiden, en de Verenigde Naties moeten er de kern van uitmaken. De Verenigde Naties die inderdaad bewezen hebben een toegevoegde waarde te hebben in zoveel verschillende domeinen.

Laat me toe een van die domeinen expliciet te vermelden, een domein waaraan België bijzondere aandacht besteedt: internationale bemiddeling.

Toen de Secretaris-Generaal ons eerder deze week toesprak, vermeldde hij uitdrukkelijk Guinea, Kenia en Kirgizië als succesverhalen van VN-bemiddeling. De lijst is allicht veel langer.

Maar de lijst van noden is dat ook. Ik ben daarom de Voorzitter van de Algemene Vergadering erg dankbaar dat hij bemiddeling naar voren heeft geschoven als centraal thema van onze discussie. Ik geloof sterk dat de VN moet blijven investeren in het versterken van haar bemiddelingscapaciteiten.

Ik kan dan ook vol overtuiging aankondigen dat België beslist heeft om de VN-Mediatie Eenheid financieel te ondersteunen en zich actief in te zetten, samen met de Voorzitter en met andere regeringen en niet-gouvernementele organisaties, om de rol van de VN inzake bemiddeling te versterken.

Mijnheer de Voorzitter, geachte delegaties,

Sommigen beweren dat de VN haar kracht als een mondiaal platform voor discussie en besluitvorming aan het verliezen is. Sommigen zeggen dat mondiale tendenzen in de richting gaan van een meer gefragmenteerde structuur van ‘global governance’. Ik denk niet dat dit waar is. Het zou zeer zeker niet wenselijk zijn.

België blijft een overtuigd voorstander van de VN. Ons huidig engagement in de Commissie voor Wederopbouw en onze kandidaatsstelling voor een niet-permanente zetel in de Veiligheidsraad voor de periode 2019-2020 tonen dat aan.

Vandaag ben ik ook trots de Belgische kandidaatsstelling voor de Mensenrechtenraad aan te kondigen, voor de periode 2016-2018. Om onze stem toe te voegen aan diegenen die vechten tegen straffeloosheid en discriminatie. Om een stem te geven aan de mannen, vrouwen en kinderen wier rechten waar ook ter wereld met de voeten worden getreden. Om het principe van ‘non-indifference’ om te zetten in een levende realiteit.

Niet in ons eigen belang. Maar in het belang van al diegenen waaraan we verantwoording verschuldigd zijn.

Ik dank u.

 

Het gesproken woord geldt

Recente foto's

.
Voorbereiding groepsfoto
Groepsfoto
Ontmoeting met Luis Alberto Moreno, voorzitter Inter-American Development Bank
Ontmoeting met Luis Alberto Moreno, voorzitter Inter-American Development Bank
Ontmoeting met Luis Alberto Moreno, voorzitter Inter-American Development Bank
.
.
In gesprek met Johan Verminnen
.
.
.

Zoeken